Amar K. Soekhlal: Faiz Ramjankhan

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Een samenleving, een gemeenschap heeft voorbeeldfiguren nodig. Deze voorbeeldfiguren kunnen anderen inspireren om hetzelfde pad te volgen of ze kunnen een steun zijn bij tegenslagen, maar zij kunnen ook de weg wijzen naar een zingevend leven.

Op 5 juni 2022 herdenken en vieren wij – de nazaten – de aankomst van de eerste Indiase immigranten in Suriname, nu 149 jaar geleden. Een van de nazaten is Faiz Ramjankhan, cardio-thoracaal chirurg die als eerste een kunsthartimplantatie in Nederland heeft uitgevoerd. Een prestatie van wereldformaat en die de Surinaamse gemeenschap met trots vervult.

Een afspraak was gauw gemaakt en we spraken af om het interview niet te doen in het ziekenhuis, maar thuis bij hem. Ik werd hartelijk ontvangen door de heer Ramjankhan en zijn vrouw Ashmien Hasrat. Terwijl ik mijn schoenen in de hal uitdeed, hoorde ik op de achtergrond het Hindostaans liedje Tumne pukárá aur ham dil hatheli par le áye re (Toen je mij riep, kwam ik aangelopen met mijn hart in mijn handpalm).

Dit is wat ook in de operatiekamer heeft plaatsgevonden. De heer Ramjankhan vertelde mij dat hij het hart eruit heeft geknipt en een kunsthart heeft geïmplanteerd. Mijn mond viel open van verbazing! Wat een prestatie van formaat.

Het begon allemaal in Nieuw-Nickerie, waar Faiz is geboren. Zijn vader Samsoedien Ramjankhan werd na zijn afstuderen gedetacheerd in Tamanredjo, district Commewijne en daar heeft de vader van Faiz zijn moeder Hadjragatoen Ishaak uit Alkmaar, in Commewijne leren kennen. Na het huwelijk is zijn vader gedetacheerd in Moengo en later in Nickerie, waar hij schoolhoofd was van de lagere school in Groot Henar, waar Faiz is geboren. Na een sabbatical van  ongeveer 1 jaar in Nederland is de vader van Faiz uiteindelijk weer naar Suriname vertrokken. Hij is toen benoemd tot inspecteur van onderwijs in het district Commewijne en heeft vervolgens gevestigd te Nieuw Amsterdam. Als Faiz over Commewijne praat, krijgt hij een twinkeling in zijn ogen. Wellicht komt dat omdat hij toen smoorverliefd was op een Javaanse schone! Maar hij praat ook vol liefde over zijn náná in Alkmaar. Zijn náná was een vermogende man en was gul voor de kleinkinderen. De heer Samsoedien Ramjankhan genoot groot respect in Commewijne en het leven was goed. Door de rumoerige politieke ontwikkelingen in Suriname, de staatsgreep in 1980 en de binnenlandse oorlog, en de zorgen omtrent de kwaliteit van het onderwijs heeft de vader van Faiz besloten om te  emigreren naar Nederland. Een zware en moeilijke periode brak aan voor het gezin. Het was vanzelfsprekend, dat de ouders van Faiz grote waarde hechtten aan onderwijs en dit gold in sterke mate voor de vader als onderwijsinspecteur. Als oudste zoon van een gezin van 4 kinderen wilde hij zijn ouders niet teleurstellen. Van de eerste klas van de muloschool te Ellen in Commewijne werd Faiz geplaatst in de tweede klas van het Sint Nicolaaslyceum in Amsterdam.

Dit was echter op aandringen van zijn vader bij de schoolleiding. Hij had immers de overtuiging, dat Faiz het niveau zou aankunnen. De school ging akkoord, maar stelde als eis dat Faiz binnen een paar maanden het niveau moest bereiken van de overige leerlingen. Dit bleek geen beletsel te zijn, want na de kerstvakantie werd de achterstand omgezet in een voorsprong. Dit geldt ook voor zijn jongere broer en twee jongere zussen. Allen hebben een academische studie afgerond. De Hindostaanse ambitie is volbracht.

Na het lyceum wilde Faiz geneeskunde gaan studeren. In 1986 werd hij ingeloot en hij schreef zich in aan de Universiteit van Amsterdam. Na de studie geneeskunde besloot Faiz om de opleiding tot hartchirurgie te volgen. Op mijn vraag waarom hartchirurgie antwoorde Faiz:“ Geen idee. Mijn opleider stelde deze vraag ook aan mij en ik zei ook tegen hem geen idee. Hij keek mij zeer verbaasd aan en zal ook gedacht hebben, lekkere motivatie”.

Zijn vader was de drijvende kracht achter de studie van de kinderen en hij wilde dat zijn kinderen een opleiding zouden volgen met maatschappelijke relevantie. “Ze moesten iets worden in de maatschappij”.  Hij gaf impliciet aan dat ze de ellende van de ouders moesten overstijgen.  Ook hard werken is de kinderen meegegeven. Dat merk ik ook aan Faiz, die zijn vader adoreert. “Mijn vader was mijn backbone, hij was apetrots op mij. Overal waar wij samen naar toe gingen zei hij: “Hamár betawwá chirurg hai (Mijn zoon is chirurg). Ik schaamde mij, want ik zei tegen hem: “Pa, ik ben toch Faiz”.  Op 22 augustus 2017 is de vader van Faiz overleden: “Het doet mij  pijn dat mijn vader deze prestatie van mij niet heeft kunnen meemaken.

“Maar als ik nu terugkijk op de afgelopen twintig jaar en ik die vraag zou moeten beantwoorden waarom ik hart-/longchirurg wilde worden, dan heeft het toch te maken met de liefde. Het hart als metafoor van de liefde, pyár. De liefde zetelt in het hart en ik ben een liefdevol persoon”. Terwijl hij dit uitspreekt, kijkt Faiz naar zijn Ashmien die teder teruglacht. Hoewel het bij  Faiz en Ashmien sprake is van een samengesteld gezin van vier dames, waren ze geen onbekenden voor elkaar. Hun paden hadden al eerder gekruist. Die liefde blijkt ook uit het naamplaatje op de voordeur. Daarop staat: Ashmien en Faiz.

“Een van de onvergetelijke momenten voor mij in de hartchirurgie was  toen ik betrokken was bij een harttransplantatie in het Universitair Medisch Centrum in Utrecht (UMCU). Dat was een van de mooiste dingen die ik heb meegemaakt. Een hart van een ander persoon wordt geïmplanteerd in het lichaam van een ander en dat hart gaat weer kloppen! De chirurgische behandeling van  hartfalen  vond ik  fascinerend. In 1993 is het eerste steunhart geïmplanteerd, ook in het UMCU  en ik was daarbij vanaf het begin bij betrokken. Ik heb mij hier verder in gespecialiseerd  en  heb veel ervaring op dit gebied opgebouwd in Nederland. Bij een steunhartimplantatie wordt het hart niet uit het lichaam gehaald en is de patiënt in afwachting van een harttransplantatie”.

Omdat er een tekort is aan donorharten is er ook behoefte aan een kunsthart, en is de wetenschap op zoek gegaan naar methoden om deze te maken. Toen er in Frankrijk de CARMAT als volledig kunsthart werd ontwikkeld heeft Faiz deze in studieverband in Nederland geïntroduceerd en recent ook de eerste implantatie ervan gedaan.

“Ja, het was een lange periode van studie en in juli 2021 kregen wij  toestemming om een kunsthartimplantatie uit te gaan voeren. De eerste implantatie in Nederland is door mij en mijn team in het UMCU uitgevoerd.   Ik heb het hart eruit geknipt en een kunsthart geïmplanteerd”.

Terwijl ik mijn aantekeningen maakte keek ik naar de handen van de chirurg. Zijn magische handen. Eerder in het gesprek zei hij: “Als mijn ouders niet de oversteek naar Nederland hadden gemaakt, dan was ik nu buschauffeur geworden die met een bus passagiers zou vervoeren naar Paramaribo”. Hij zou dan elke dag met die handen de stuur vasthouden van zijn bus en de passagiers veilige afleveren op hun plaats van bestemming.

Na zijn boeiende uitleg stelde ik hem de ultieme sportvraag: “Faiz, wat ging er door je heen na de geslaagde operatie”.

De voorbereiding naar de operatie brengt zoveel spanning en druk met zich mee om de procedure zo goed mogelijk te laten verlopen zodat de patiënt zonder grote problemen weer kan herstellen na de operatie. Na deze geslaagde operatie viel er een druk van mij af en kon ik weer tot rust komen. Helemaal fijn was het toen de patiënt het ook goed bleef doen.

Als je het hart vervang door techniek dan moet je wel volledig vertrouwen op de techniek en dat baart mijn wel af en toe zorgen, maar  als ik kijk naar het functioneren van het kunsthart dan ben ik zeer tevreden”.

Het is een genoeglijk gesprek geworden, waarbij wij onder andere ook hebben gesproken over de genealogie van de familie Ramjankhan en van de familie Hasrat. Maar ook over hun kinderen. Faiz heeft twee dochters. De oudste, Faiza, werkt en studeert in de accountancy en de jongste, Zaina,  studeert rechten  De twee  dochters van Ashmien, Ayesha en Sadiyah hebben zich na hun afstuderen gericht op modellenwerk.

Bron: Sarnámihuis

Share.
X