Áyurvedische geneeskunde: Spijsvertering en samenstelling maaltijden

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Het voedsel heeft volgens de Áyurveda niet alleen de taak ons lichaam te voorzien van essentiële substanties z.a. vitamines, mineralen en sporenelementen. Naast het leveren van voldoende energie heeft het opnemen van voedingsmiddelen ook tot taak om een harmonisch evenwicht in het lichaam te bewaren. Om het lichaam alles wat het nodig heeft op optimale manier toe te dienen, zijn echter niet alleen de kwaliteit en de keuze van het voedsel belangrijk, maar ook de manier van functioneren van ons spijsverteringssysteem en van de stofwisseling. Dit bepaalt of de voeding goed verteerd en opgenomen wordt.

In de Áyurveda is het vanzelfsprekend dat de spijsvertering een fundamentele rol in de gezondheid speelt. Aan het bekende spreekwoord ‘Je bent, wat je eet’, kan vanuit Áyurvedisch perspectief een verfijnde uitspraak worden toegevoegd:
‘Je bent wat je verteert’. Verder is de samenstelling van onze maaltijden belangrijk. Volgens de Áyurveda is onze voeding het waardevolste medicijn, omdat ons fysieke lichaam in feite niet meer is dan DNA, dat in voedsel is gewikkeld. Evenals het lichaam is ook alle voedsel opgebouwd uit de 5 elementen: aarde, water, lucht, vuur en ruimte. Als u wilt dat uw maaltijden voedzaam en smakelijk zijn, dan zou elke maaltijd alle 6 smaken (rasa) moeten bevatten, nl.: zoet, zuur, zout, scherp/pittig, bitter en samentrekkend. U wordt hierdoor dan voorzien van een ruime hoeveelheid calorieën, eiwitten, vitaminen en mineralen. De smaken hebben een invloed op de 3 dosha’s (kenmerk, constitutie): váta, pitta en kapha.

Om gezond te blijven of van een ziekte te herstellen wordt daarom de voeding aangepast met als doel om de uit balans geraakte dosha weer in evenwicht te brengen. Zo moeten mensen, bij wie váta uit balans is b.v. bij gewrichtsontsteking, hoofdpijn, verlammingen, epilepsie en slapeloosheid, voorzichtig zijn met voedsel dat overwegend bitter, scherp of samentrekkend is. Mensen met een overmaat aan pitta b.v. bij te veel maagzuur, huidontsteking, bindvliesontsteking, leverontsteking en bloedingen, dienen de zure, zoute en scherpe smaken te beperken. Indien kapha uit evenwicht is b.v. bij indigestie, aderverkalking, overgewicht en struma, dan dient voedsel met vooral een zoete, zure en zoute smaak te worden beperkt.

Bronnen: TM magazine, Ayurveda, D. Chopra/D. Simon en C.Visser/E. Verhoeff

Share.

Comments are closed.

X