BHAGVAD GÍTÁ: het licht van verheven wijsheid (1)

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

De toets van de waarheid voor het handelen

De Bhagvat Gítā (Het Goddelijk lied), de essentie van de essentie, is de prominente Schrift in de Vedāntafilosofie, de toonaangevende hinduïstische wijsbegeerte. De kerngedachte is de ultieme waarheid als leidraad voor het leven, voor elke handeling, zowel prive als zakelijk. De mr. dr. Wilhelm von Humboldt citerend: ‘Bhagvat Gítā is the most beautifull, perheps the only true philosophy existing in any known tongue’.

Het fundamentele onderwerp is de dharma (religie, plicht, wet, waarheid/ rechtvaardigheid), de ziel van het hinduïsme. In 700 verzen werd deze verheven levensfilosofie in zangvorm in het Sanskriet gegoten.

Het eerste woord is dan ook Dharma en het laatste is mamah (mijn). De dharma is mij geëigend, de dharma is mijn, ik ben en leef in dharma. Benadrukt wordt hiermee dat elke religie, godsdienst, geloofsovertuiging, wet, plicht, maatschappij, elk leven gestoeld moet zijn op de eeuwige wetten van waarlijke rechtvaardigheid. Tevens dat deze waarden  intrinsiek beleefd dienen te worden. Men moet ervan doordrongen zijn, er in leven, vanaf het wakker worden tot in slaap vallen, zeven dagen per week (daarom 700 verzen), door het denken (het gedachteproces) dusdanig te trainen, dat elke beslissing getoetst wordt aan de waarheid, de rechtvaardigheid.   

De toetsvraag is enkel: ben ik rechtvaardig in mijn handeling ? De keuze hierbij is ook voor goed ontwikkelden vaak heel moeilijk, zoals bij de Indiase prins  Arjun ook het geval was. Ondanks zijn hoge educatie, hoge graad van devotie en -transcendentale capaciteiten, was hij niet in staat de juiste keuze te maken. Dit ook ondanks het onrecht welk hem, zijn broers en echtgenote was aangedaan. Staand tussen beide legers bij de aanvang van de Mahabharat-strijd, werd hij overmand door emoties toen hij zijn geliefde familieleden en gurus in het tegenkamp zag.

Was het wel goed, was het wel waard om voor de aardse rijkdommen te strijden tegen de eigen familie en leermeesters en hen misschien te moeten doden?

Zo ontstond op het slagveld Kurukshetra ongeveer 5.500 jr. terug, als het antwoord van Shri Krishna op deze vraag, de Bhagvat Gítā. Deze wijsheid werd overgedragen om Arjun te overtuigen voorbeeld stellend te strijden tegen de a-dharma, de onrechtvaardigheid/de onwaarheid en deze te vernietigen zonder aanzien des persoon. 

De tweestrijd van Arjun op het slagveld is een metafoor voor het dagelijks leven, voor de tweestrijd welke de mens zo vaak, vrijwel elke dag, op vele vlakken moet voeren.

Enerzijds de morele maatstaven, de waarheid, de plicht en anderzijds de emoties, de verlokkingen en vaak machteloosheid en de hieruit voortvloeiende besluiteloosheid.

De plicht om naar eer en geweten je functie uit te oefenen en je taken uit te voeren staat continue onder pressie van de telkens hogere prestatienormen en toenemende concurrentie, of van bijvoorbeeld torenhoge schulden en/of zucht naar bevrediging van ongebreidelde behoeften. 

Hoe verleidelijk is het dan niet om te zwichten voor de aangeboden grote sommen geld, bijvoorbeeld i.g.v. een opsporingsambtenaar, inkoopmanger en financial officer, om respectievelijk het onderzoek van een drugscase/witwasaffaire te verdoezelen, te knoeien met de offerteprocedure om de toekenning van een aankoopopdracht te beïnvloeden of de ogen dicht te doen voor geldstromen waarbij  gegronde vermoedens van criminele bronnen aanwezig zijn.

Aansprekend voor de doorsnee persoon is de dagelijkse werkelijkheid inzake bijvoorbeeld  de relaties tussen geliefden en tussen vrienden. *De dagelijkse verleiding is groot om een buitenechtelijke relatie aan te gaan met de knappe collega, met wie je elke dag meer uren doorbrengt aan het werk dan dat je de eigen partner ziet. De innerlijke strijd ontbrandt tussen het schuldgevoel wegens de zorgzame, liefhebbende vrouw/man thuis en de sexuele drang naar het samenzijn met de aantrekkelijke colega. *Vrienden die de relatie in stand houden enkel voor materieel profijt en niet durven de ander de waarheid te zeggen uit vrees voor verlies van de voordelen. Boeddha: ’zeg de waarheid en de laaghartigen zullen u haten’. Een tip mijnerzijds: ‘zeg het toch en u valt tevreden in slaap; de ware vriend blijft’.

Het slagveld is dus de dagelijkse werkelijkheid van alle relaties, waar het lichaam met het gedachtenproces in gevangen zit, in de strijd tussen de verlokkingen en de waarheid. Om dit proces te verduidelijken is er de metafoor van een koets met paarden, wagenmenner en de passagier/eigenaar. De koets is het lichaam, de passagier/de eigenaar van de koets is de ziel (het innerlijke), de wagenmenner/de bestuurder is het bewustzijn/de geest, de paarden zijn de waarnemingszintuigen (oog, oor, huid, neus, tong) en vormen samen met de teugels (de wil) de zinnnen.

De praktijk. Op de televisie ziet u een prachtige auto met financieringsmogelijkheden geadverteerd of je loopt langs de bakker en je ruikt de heerlijke geuren van gebak. De zintuigen ogen, oren en neus nemen enkel waar. Er ontwikkelt een sterke aantrekkingskracht (de paardenkracht) in de zinnen, die dan naar de autohandelaar, kredietverstrekker en bakker willen worden gevoerd om bevredigd te worden.

Een kundige wagenmenner/bestuurder, d.i. een bewustzijn welk voorzien is van goed intellect en voldoende wijsheid, zal de teugels echter strak houden; m.a.w.  de wil goed in handen hebben en de zinnen dus in bedwang houden. Dit door bijvoorbeeld aan te voeren dat het huishoudbudget niet toelatend is voor de aflossing en dat de zoetigheid niet past door een nù al te grote buikomvang. En indien toch nog het bewustzijn besluit om de auto te kopen, dan grijpt de ziel/de eigenaar in. Deze corrigeert het bewustzijn opdat alsnog de koets niet afwijkt van het pad van dharma. De ziel, het innerlijke als volkomen partikel van de Oer-Scheppende Energie, is  het geweten en kent altijd de juiste weg. Zijn whispering wordt echter vaak overklast door het luide geroffel, het getrappel en het gehinnek van de paarden, de doordrammende schreeuwende hartstocht van het irrationele verlangen, veroorzaakt door de omhulling van het bewustzijn met de wolk van onwetendheid. Wegens deze verduistering kozen zelfs de wijze leermeesters van Arjun de verkeerde kant, symboliserende de verkeerde keuzes door o.a. de wereldleiders, CEO’s , kerkleiders en politici heden ten dage.

Daarom, volg uw geweten en u zult nimmer de verkeerde keuze maken.  Onderwerp elke opkomende gedachte aan de dharma-toets van waarheid/rechtvaardigheid en u zult uw plicht naar verwachting vervullen. Zodoende zullen dan in het voorbeeld de opsporingsambtenaar, de inkoopmanager, financial officer en de naar de knappe collega hunkerende persoon, zich niet laten leiden door corruptieve neigingen, financiële – en overige verlokkingen en zich enkel richten op hun plicht, hun dharma  jegens de werkgever,maatschappij en partner. Zo blijft uw levenskoets op de juiste koers. Mahatma Gandhi: de fluistering van het geweten draagt verder dan de menselijke stem.

Pt. drs.R.P.Sitaldin (hindupriester/bedrijfseconoom/filosoof)


Share.
X