KOKOSCURRY MET NOEDELS

Ingrediënten:
* 300 gram noedels
* 1 teentje knoflook
* 2 uitjes
* 250 gram Kastanje champignons
* 300 ml kokosmelk
* 2 eetlepels curry
* 200 gram suiker
* 2 eetlepels zoete sojasaus

Bereiding:
Maak de peultjes schoon en kook deze voor tot ze beetgaar zijn. Kook de noedels voor ongeveer 10 minuten en giet ze dan af. Snijd de champignons, ui en knoflook en bak deze in wat olie. Giet de peultjes af als ze klaar zijn en voeg deze toe. Meng kokosmelk met de curry en sojasaus en voeg ook dit toe.
Alles even goed door elkaar roeren en door laten koken. Voeg tenslotte de noedels toe, goed roeren en laten sudderen tot de saus is ingedikt.

Idli

Ingrediënten:
* 1 cup griesmeel
* ½ cup yoghurt
* ¼ theelepel zout
* 2 mespuntjes bakpoeder
* doperwten, uien, groenten (zelf variëren)

Bereiding:
Meng alle ingrediënten, behalve bakpoeder. Laat het 10 minuten staan. Smeer een beetje olie in de ronde vormpjes waarin de Idli gedaan moet worden. Voeg nu de bakpoeder toe aan het mengsel. Schenk het mengsel in de vormpjes en doe het voor 5-6 minuten in de microwave. Wacht 3-4 minuten voor je de Idli's uit de vormpjes haalt.

Már of rijstwater

Veel mensen gooien het water, dat bij het koken van rijst teveel zou zijn, weg. Gooi rijstwater echter nooit meer weg, maar drink het op. Je kan ook rijstwater maken.

Rijstwater is niet alleen goed voor je haar en huid is, maar bezit ook andere gezondheidsvoordelen. Rijstwater is rijk aan vitamine B-complex, foliumzuur, ijzer, kalium, magnesium en zink en verkrijgt de eigenschappen tijdens het kookproces van rijst.

 

De grootste voordelen zijn:

  • Natuurlijke energie.
  • Voor gastro-intestinale problemen zoals diarree, misselijkheid en overgeven.
  • Voorkomt buikgriep.
  • Helpt om de lichaamstemperatuur te reguleren.
  • Aanbevolen voor zwangere vrouwen om de melkproductie te vergroten.
  • Helpt bij het oplossen van huidirritaties door antioxidanten, vitaminen en mineralen die te vinden zijn in rijstwater.
  • Voorkomt en geneest constipatie.

 

RIJSTWATER BEREIDEN

Veel personen denken dat rijstwater hetgeen is dat overblijft als je rijst kookt, maar dat klopt niet helemaal. Je kan dat water gebruiken, maar het bevat niet dezelfde voordelen als echt rijstwater, wat overblijft nadat je het een aangewezen tijd hebt laten koken.

Benodigdheden

  • 1/2 kopje witte rijst
  • 4 kopjes water

Bereiding:

  • Breng het water in een pan aan de kook. Voeg rijst toe en laat het 20 minuten koken.
  • Giet het af zodra het klaar is en doe het water in een glazen pot. Laat het in de koelkast afkoelen als je het op je huid aan wilt brengen en breng het aan met een wattenschijfje.

Voor zwangere vrouwen wordt aangeraden om per dag acht tot tien kopjes van het afgekoelde water te drinken.
Je kan het zonder enige toevoeging drinken als je diarree wilt behandelen.

Bron: GezonderLeven

Cokhá (pittige puree)

Cokhá werd vroeger veel gemaakt, maar ook nu nog is het in trek bij velen. Je kunt het van bhátá (baigan/boulanger) of van tomaten maken, maar lekkerder is het als je beide samenvoegt. Het is lekker bij dál of karhi of om met rotí te eten.

Bereiding:

(voor 2 personen)

Rooster een boulanger op een zacht vuurtje door het steeds te keren, totdat het gaar is. Nadat het afgekoeld is, de schil verwijderen en prakken met een vork. Op  smaak brengen met fijn gesnipperde ui, gemalen knoflook, peper en evt. beetje geroosterde fijn gemalen jírá (komijn).

Rooster of kook een of meerdere tomaten totdat die  gaar zijn. Prak ze daarna met een vork en breng op smaak met bovengenoemde kruiden. Evt. beetje suiker  toevoegen als het te zuur is.

Je kunt ook de boulanger en tomaat mengen en op smaak brengen met de kruiden.

GOUDEN MELK: HET SIMPELE DRANKJE DAT JE LEVEN KAN VERANDEREN

Hardi(kurkuma) belangerijkste ingredient

Gouden melk is een eeuwenoud Ayurvedisch drankje om in de avond te drinken en bevat buitengewoon helende eigenschappen voor het lichaam. Het belangrijkste ingrediënt in dit recept is kurkuma. Kurkuma bevat namelijk curcumine. Dit is een polyphenol en wordt gezien als het primaire actieve bestanddeel van kurkuma.

Als je kurkuma op de juiste manier bereid, bevat het meer dan 150 potentiële therapeutische eigenschappen. Hieronder heb ik de belangrijkste eigenschappen voor je opgesomd:

  1. Ontstekingsremmend
  2. Krachtige antioxidant
  3. Antiseptisch en pijnstillend
  4. Verhoogt de immuniteit
  5. Anti-kankerverwekkend
  6. Helpt cholesterol op peil te houden
  7. Bevordert de spijsvertering
  8. Ontgift de lever
  9. Reguleert de stofwisseling en houdt je gewicht onder controle
  10. Werkt bij hoge bloeddruk
  11. Het geheugen en de hersenfunctie verbetert
  12. Helpt bij diverse huidaandoeningen
  13. Helpt bij neurologische aandoeningen

Het toevoegen van zwarte peper aan kurkuma, zorgt ervoor dat de werkzame stoffen meer dan 1.000 keer beter worden opgenomen. Als je dus van de vele voordelen van kurkuma wil profiteren, zorg er dan voor dat je altijd zwarte peper toevoegt! Dit heeft te maken met het stofje ‘piperine’ in zwarte peper dat het zijn hete eigenschap geeft.

Het recept

Allereerst maak je een pasta die je later eenvoudig kunt gebruiken om je gouden melk te maken.

 

Gouden pasta:

  • 1/2 kop biologische kurkuma poeder
  • 1 kopje water
  • 1,5 theelepel gemalen zwarte peper
  • 3 eetlepels extra virgin kokosolie

Doe alles in een pannetje en verwarm het water, de kurkuma en de zwarte peper totdat het een dikke pasta vormt. Blijf voor ongeveer 7-10 minuten roeren op het laagste vuur, voeg wat extra water toe als het helemaal opdroogt. Deze 7 á 10 minuten zijn belangrijk zodat de zwarte peper de werkzame stoffen in kurkuma kan gaan verhogen.

Haal van het vuur en voeg de kokosolie, met behulp van een garde toe. De gouden pasta is nu klaar. Doe deze in een glazen potje met deksel en zet in de koelkast. Deze kun je voor maximaal twee weken bewaren.

Nu het recept voor de gouden melk.

Gouden Melk:

  • 1 theelepel van de Gouden Pasta
  • 2 kopjes melk (amandelmelk / rijstmelk) of nog beter (rauwe melkof kokosmelk)
  • 1/8 theelepel vanille (optioneel)
  • Honing naar smaak (optioneel)
  • Snufje kaneel (optioneel)

Doe 2 kopjes melk met 1 theelepel gouden pasta in een pannetje en warm rustig op, niet laten koken! Een garde werkt handig om de pasta goed met de melk te vermengen. Als de gouden melk op ideale temperatuur is, haal je het pannetje van het vuur af.

Nu kun je optioneel wat honing, vanille en kaneel toevoegen.

Als je een volgende keer een kop koffie wil pakken, probeer dan een keer dit geweldige recept. Wij drinken dit op regelmatige basis en het is super lekker en MEGA gezond. Op het Japanse eiland Okinawa wordt dit zeer veel gedronken en daar wordt men met gemak 100 jaar oud, dus gun jezelf dit!

Bron: Mike Verest, Leef Bewust

Bhujal bhát (gebakken rijst)

Dit is een eenvoudig gerecht welke vroeger veel klaargemaakt werd. Nu is dit vervangen door o.a. nasi/biryáni.

Benodigdheden: voor 4 personen
300 gram rijst
evt. 2 eieren
1 kleine peper
1 rijpe tomaat
1  ui
3 teentjes knoflook
1/3 theelepel zwarte peper
olie
zout

Bereiding:
Kook de rijst gaar. Laat de rijst afkoelen en maak die los. Snij de knoflook en ui heel fijn. Snij de peper en tomaten in stukken. Verhit 4-5 eetlepels olie in een wok. Bak de knoflook, ui en peper halfgaar. Voeg de tomatenstukjes toe en bak ze 1-2 minuten mee. Voeg evt. de eieren en zwarte peper al roerend toe. Voeg de rijst geleidelijk aan toe. Gedurende 8-10 minuten al roerend doorbakken. Voeg zout naar smaak.

Khicarí

Rijst, dál en groenten
Dit goedkope gerecht werd vroeger veel klaargemaakt; is zo lekker en voedzaam, dat Srila Prabhupada eens heeft gezegd: "Een kom khicarí
en wat yoghurt is een feestmaal voor een arme, en goed genoeg voor een koning." Als u niet zwaar wilt eten en toch nog voedzaam dan wordt dit gerecht aanbevolen.

U kunt khicarí droog of zacht (gílí) klaarmaken en groenten naar eigen voorkeur toevoegen.

Droge khicarí
Benodigdheden:
- 1,5 dl. water
- 3 eetl. ghí of plantaardige olie
- 3 theel. zout
- 250 g. rijst met lange of middel grote korrel
- 4 theel. geraspte verse gember
- 2 verse pepers, zonder zaad en fijngehakt
- 200 g. mung dál, spliterwten of hele mung-bonen
- 4 theel. komijnzaad
- 4 theel. kurkuma
- 2 theel. gemalen komijn
- 1/2 bloemkool (of andere groenten), gewassen en in kleine -roosjes gesneden
- 1 theel. asafetida
- 1 theel. gemalen zwarte peper
- 3 tomaten
- 2 middelgrote aardappels, gewassen, geschild en in blokjes gesneden
- 3 eetl. citroensap
- een paar klontjes boter

Bereiding:
Breng het water met 2 theelepels zout aan de kook. De dál en de rijst afzonderlijk wassen en laten uitlekken. Voeg de dál en de kurkuma aan het kokende water toe en laat alles met het deksel half op de pan 15 à 20 minuten doorkoken (mung-bonen iets langer dat split-erwten), tot de bonen zacht zijn, maar nog niet helemaal gaar. Intussen wast en snijdt u de groenten. Verhit de ghí of plantaardige olie en bak de gember, de pepers en het komijnzaad. Na een minuut strooit u er de gemalen komijn en de asafetida bij. Na een paar seconden voegt u de aardappelblokjes en de bloemkoolroosjes toe. Schep de groenten 4 à 5 minuten regelmatig om met een lepel, tot ze hier en daar bruin beginnen te worden. Doe er nu de stukjes tomaat bij en voeg alle groenten en de gewassen rijst aan de dál toe. Breng alles opnieuw aan de kook, doe een goed sluitend deksel op de pan en laat het 15 à 20 minuten op een laag vuurtje doorkoken tot de rijst en de groenten gaar zijn. Op smaak brengen met de zwarte peper en de rest van het zout. Meng alle ingrediënten voorzichtig maar snel met een vork door elkaar. Druppel het citroensap over de khicarí, leg er een paar klontjes boter op en laat het gerecht nog wat sudderen tot de granen al het vocht hebben opgenomen. Als u bruine rijst gebruikt, moet u de khicarí 15 minuten langer laten koken.

Gílí khicarí
Benodigdheden:
- 250 g. rijst met lange of middelgrote korrel
- 250 g. mung dál, spliterwten of hele mungbonen
- 50 g. boter of ghí
- 3 laurierblaadjes
- 1 eetl. gehakte verse gember
- 2 kruidnagels
- 4 theel. zout
- 2 theel. kurkuma
1 theel. gemalen nootmuskaat
250 g. verse spinazie (of tayerblad), gewassen, zonder stelen en gehakt

Bereiding:
De dál en de rijst wassen, een uur laten weken en daarna later uitlekken. Verhit de boter of ghí, voeg de laurierblaadjes, gehakte gember en kruidnagels toe en daarna de rijst en de dál. Laat alles, onder goed roeren, 8 à 10 minuten bakken, tot de boter opgenomen is. Giet er zoveel water bij dat de granen 5 cm. onder water komen to staan. Voeg het zout, de nootmuskaat en de kurkuma toe en laat alles 1 minuut doorkoken. Doe dan het deksel goed op de pan en zet de vlam hoog. Draai het gas lager naarmate de granen meer water opnemen. Laat alles 30 minuten zachtjes doorkoken. Controleer af en toe of er nog genoeg water in de pan zit. (Indien nodig, kunt u er een paar lepels water aan toevoegen.) Roer er dan voorzichtig de gesneden spinazie en de tomaten doorheen en sluit de pan weer af. Laat alles nog 15 minuten koken, of tot de granen goed gaar zijn maar de khicarí nog steeds vochtig is. Goed mengen voor het serveren.

Bron: Vedische Kookkunst, Adiraja Dasa

Indiase kruiden en specerijen

Velen gebruiken voor het het bereiden van gerechten voornamelijk knoflook, uien en masálá. De Indiase keuken echter kent veel meer kruiden en specerijen. Voor zij die geen knoflook en ui eten is er dus keuze zat. Hieronder een overzicht van de kruiden en specerijen met hun kwaliteiten en de manieren om ze te gebruiken.

ASAFETIDA (hing/duivelsdrek): Deze sterk ruikende hars van de wortel van de Ferula asafoetida wordt in kleine hoeveelheden gebruikt vanwege zijn speciale smaak en zijn geneeskrachtige eigenschappen. Asafetida is doeltreffend bij het voorkomen van maaggassen. Het is verkrijgbaar als hars of in poedervorm. De harsvorm is de zuiverste van de twee, maar u moet het raspen wanneer u het nodig hebt. Poeder-asafetida wordt gemengd met bloem, maar is gemakkelijker in het gebruik. Doe een mespuntje asafetida in hete ghí of plantaardige olie, en laat dit een paar seconden bakken voordat u de overige ingredienten toevoegt.

 

 

 

CAYENNEPEPER (lál mirc): Cayennepoeder, gemaakt van gedroogde rode pepers, wordt vaak rode chilipoeder genoemd. Dit is de specerij die het Indiase voedsel pikant maakt. Het kan naar smaak gebruikt worden.

 

 

 

 

 

FENEGRIEK (methí): De hoekige, enigszins platte, bruine zaadjes zijn een belangrijk bestanddeel van vele kerrieschotels en hartige snacks. Fenegriek­zaad heeft een enigszins bittere smaak, gebruik dus niet meer dan de aangegeven hoeveelheid en let erop dat het niet verbrandt, wat het nog bitterder maakt.

 

 

 

 

GEMBER, verse (adrak). Deze lichtbruine, knobbelige wortelstok van de Zingiber officinalis, wordt veelvuldig gebruikt in de Indiase keuken. Neem verse gember die hard is en niet gerimpeld, met stevig vlees, dat niet te vezelig is. Voordat u de gember gaat hakken, raspen of er een pasta van maakt, moet u eerst met een scherp mes de schil ervan af schrapen. Om gember te raspen moet u de fijne gaatjes van een metalen rasp gebruiken. Gember­poeder kan niet in plaats van verse gember gebruikt worden, omdat het een andere smaak heeft. Gedroogde gember (sonth), die scherper van smaak is dan verse gember, moet voor het gebruik geweekt worden. (Een theelepel gedroogde gember is gelijk aan een eetlepel gehakte verse gember). Gember wordt als medicijn gebruikt tegen kolieken en tegen een slechte spijsvertering. In kleine hoeveel­ heden gegeten, geneest gember maagkrampen. Gemberthee is een uitstekend middel tegen verkoudheid.

 

KALINJIZAAD (kálinji). Dit zijn de zwarte, traanvormige zaadjes van de uieplant, Nigella indica. Ze geven een lichte uiesmaak en worden gebruikt in groentegerechten en in pakora-beslag. Hoewel dit zaad vaak verward wordt met zwart komijnzaad, hebben de twee niets gemeen. Als u geen kálinji kunt vinden, laat u het gewoon weg.

 

 

 

 

 

 

 

KANEEL (dálcíní): Echte kaneel komt van de binnenste bast van een altijd groene boom, Cinnamomum zeylanicum, die op Sri Lanka en in West-Indie groeit. Zoek naar de dunne, in de zon gedroogde bastbladen, die in elkaar geschoven verpakt zijn. Als u hele stokjes gebruikt in catni’s of in rijstgerechten, verwijder ze dan voordat u de maaltijd opdient. Koop in plaats van gemalen kaneel liever hele stokjes en rooster en maal ze wanneer u kaneel nodig heeft. De sterkruikende, enigszins bittere kaneel die overal verkocht wordt, Cinamomum cassia, is in losse, dikke stukken of in poedervorm te krijgen. Deze soort kaneel is een slecht vervangingsmiddel voor de andere, die een zachte, zoete smaak heeft.

 

 

KARDEMOM (iláycí): Deze vaalgroene zaaddoosjes van de Elettaria cardamomum , een lid van de gemberfamilie, worden gebruikt om smaak te geven aan nagerechten. Er wordt ook wel op gekauwd om de adem te verfrissen en de spijsvertering te bevorderen. Witte kardemomdoosjes, die niets anders zijn dan gebleekte groene karde­momdoosjes, zijn gemakkelijker verkrijgbaar, maar hebben minder smaak. Als u de hele zaaddoosjes gebruikt, moet u ze voor het opdienen verwijderen, of ze op de rand van het bord leggen. Ze kunnen niet heel gegeten worden. Als u voor een recept alleen de zwarte, sterk smakende zaadjes nodig hebt, haal ze dan uit de zaaddoosjes en maak ze fijn met een vijzel en een stamper of met een deegrol. Gemalen kardemom wordt gebruikt in garam masálá.

 

KERRIEBLAD (kari pattí, ook wel bekend als zoete ním): De verse bladeren van de Kari-boom, de Murraya koenigri, uit Zuidwest Azie, worden vooral gebruikt om smaak en aroma te geven aan kerriegerechten en soepen. Gedroogde bladeren zijn gemakkelijker verkrijgbaar, maar hebben minder smaak dan verse. Als u een masálá maakt, doet u de verse of gedroogde bladeren dan in de ghí of olie en laat ze bakken tot ze knapperig zijn. (In Suriname groeit de Kari-boom ook gemakkelijk).

 

 

 

 

KOMIJNZAAD, heel en gemalen (safed jírá): Het zaad van de witte komijn, Cuminum cyminum, is een belangrijk ingredient bij het bereiden van groentegerechten, rijst, hartige hapjes en dál. Hoewel gemalen komijn in alle supermarkten verkrijgbaar is, is het toch beter om uw eigen komijn te malen. Als u voor een recept geroosterde komijn nodig hebt, roostert u de gewenste hoeveelheid zaad in een voorverwarmde koekepan. U blijft de pan schudden tot het zaad een beetje donkerder is geworden en gaat geuren. Als u geroosterde, gemalen komijn nodig hebt, kunt u het geroosterde zaad fijnmalen.

 

 

 

 

Kálá jírá, zwarte komijn (Cuminum nigrum), is kleiner en donkerder dan witte komijn en heeft een meer bittere smaak en een scherpere geur.

 

 

 

 

KORIANDER, heel en gemalen (dhaniá): Koriander­ zaad is rond beige en bijzonder aromatisch. Het is een van de be­ langrijkste specerijen in de Indiase keuken en wordt ook in het Westen steeds populairder. De olien in korianderzaad helpen bij het verteren van zetmeelrijk voedsel en wortelachtige groentesoorten. Korianderzaad wordt over het algemeen voor het gebruik gemalen.  Om de beste smaak te krijgen, kunt u de koriander het beste heel kopen en in kleine hoeveelheden malen.

KORIANDER, vers (hará dhaniá): De verse blaadjes van de Coriandrum sativum worden in India net zoveel gebruikt als peterselie in het Westen. Koriander is echter niet alleen goed als garnering, maar ook een belangrijke smaakmaker. Verse koriander wordt ook wel cilantro of Chinese peterselie genoemd. De delicate smaak is zeer apart. Als u geen koriander kunt vinden, kunt u hiervoor in de plaats peterselie gebruiken, maar de smaak zal niet hetzelfde zijn. Verse koriander wordt meestal in bosjes verkocht. Om het kruid goed te bewaren kunt u het beste de wortels of de uiteinden van de steeltjes in een glas water zetten. Doe het glas in een plastic zak en zet het in de koelkast. De koriander zal dan minstens een week goed blijven. Was het kruid voor gebruik. Neem de blaadjes en de toppen van de stelen en hak ze fijn. Als u geen verse koriander (of verse fenegriek) kunt vinden, dan kunt u deze kruiden gemakkelijk zelf kweken. Strooi wat korianderzaadjes op een kleine strook grond in uw tuin en bedek ze met een dunne laag aarde en geef ze iedere dag water. Ze komen binnen 18-20 dagen op en groeien snel. Pluk de takjes als ze ongeveer 15 cm. hoog zijn, voordat er zaad in komt.

 

KRUIDNAGEL (lavang): Deze gedroogde bloemknop van de tropische boom Myrtus caryophyllus, is altijd de basis geweest van de handel in specerijen. Het Engelse woord "clove" komt van het Latijnse "clavius", wat "spijker" betekent. Het heeft dan ook de vorm van een spijker. Kruidnagelolie is een ontsmettend middel en ruikt erg sterk. Kruidnagel kan ook gebruikt worden als bloedzuiveraar, als hulp bij de spijsvertering en als plaatselijke pijnstiller bij kiespijn. Droog geroosterd en gemalen vormt het een belangrijk ingredient van garam masálá. Koop kruidnagels die goed gevormd en stevig zijn, niet verschrompeld en stoffig.

 

 

 

KURKUMA (haldí/hardí): Als lid van de gemberfamilie (Curcuma longa), is kurkuma een wortelstok die in kleur kan varieren van donkeroranje tot roodbruin, maar als hij gedroogd en gemalen is, is hij altijd heldergeel. Kurkuma wordt in kleine hoeveelheden gebruikt om een warme, scherpe smaak te geven aan groenten, soepen en hartige snacks, of alleen om wat kleur te geven aan rijstgerechten. Gemalen kurkuma behoudt zijn kleurende eigenschappen heel lang, maar verliest zijn smaak tamelijk snel. Kurkuma vlekt; dus kijk uit voor uw kleren. Het verbrandt ook gemakkelijk, wees dus voorzichtig bij het koken. Kurkuma wordt in de Áyurvedische geneeskunde gebruikt als diuretisch middel, als bloedzuiverend middel en als stimulerend middel voor de darmen.

 

MANGOPOEDER (ámcúr): De onrijpe vruchten van de mango boom, Magnifera indica, worden in reepjes gesneden, gedroogd, gemalen en gebruikt om groentegerechten een enigszins zurige smaak te geven. Mangopoeder wordt in de Indiase keuken net zo gebruikt als citroen in de westerse. Het poeder verbrandt gemakke lijk, gebruik het dus voorzichtig.

 

 

 

 

 

MOSTERDZAAD, zwart (ráí), De Indiase keuken zou zichzelf niet zijn zonder de zaadjes van de Brassica juncea. Zwarte mosterd-zaadjes zijn rond, klein (kleiner dan de gele variant) en niet echt zwart, maar donkerroodachtig bruin. Ze zijn scherp en voedzaam, en hebben een notesmaak. Ze geven een gerecht karakter en maken iedere schotel aantrekkelijk om te zien. Het roosteren van mosterdzaadjes is een van de hoogtepunten bij het bereiden van een masálá. U strooit wat zaadjes in een klein beetje rokende ghí of olie en een paar seconden later beginnen ze te knetteren en te ploffen en springen ze uit de pan als u die niet snel afdekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

MUNTBLAD (pudíná ki pattí): De twee meest gebruikte muntsoorten zijn groene munt (Mentha spicata) en pepermunt (Mentha piperita). Behalve dat ze gerechten kleurig maken, geven ze ook een verfrissende smaak aan dranken. Daarnaast kunnen ze warden gebruikt voor muntcatni. Munt stimuleert de spijsvertering en is goed tegen misselijkheid en overgeven. Het is makkelijk om zelf muntplantjes te kweken. Bijna elke grond is ervoor geschikt. Ze kunnen in de zon staan of gedeeltelijk in de schaduw. Gedroogde munt verliest zijn kleur, maar behoudt zijn smaak redelijk goed.

 

 

 

NOOTMUSKAAT (jaiphal): Nootmuskaat is de pit van de vrucht van de tropische boom Myristica fragans. Koop hele pitten die rond, compact, olie-achtig en zwaar zijn. Ze kunnen donker zijn, of wit van de kalk die gebruikt wordt om insekten weg te houden. Ge raspte nootmuskaat wordt in kleine hoeveelheden gebruikt (soms samen met andere kruiden) om smaak te geven aan puddingen, nagerechten en groentegerechten. Het is het beste om nootmuskaat rechtstreeks in het gerecht te raspen, want eenmaal geraspt verliest de specerij snel haar smaak. Bewaar hele of gemalen nootmuskaat in een goed sluitende pot.

 

 

 

 

ROZENWATER (guláb-jal): Rozenwater is de aangelengde essence van rozeblaadjes, verkregen door destillatie. Het wordt algemeen gebruikt om smaak te geven aan Indiase zoetigheid en rijstgerechten. U kunt voor rozenwater wel een maatlepel gebruiken, maar als u rozenessence of -concentraat neemt, moet u erop letten dat u niet teveel gebruikt. Tel de druppels.

 

 

 

 

 

 

SAFFRAAN (kesar): Saffraan staat bekend als "de koning van de specerijen". Het is de gedroogde stempel van de saffraankrokus, Crocus sativus, die in Kashmir, Spanje en Portugal gekweekt wordt. Elke krokus heeft drie saffraan-draden, en een pond saffraan heeft de handgeplukte draden nodig van 70.000 bloemen. Saffraan is duur, maar u kunt veel doen met heel weinig. Kijk uit voor goedkope saffraan of "bastaardsaffraan". Deze lijkt hetzelfde en geeft ook een saffraankleur, maar heeft absoluut niet de speciale geur van saffraan. Saffraan heeft een prettige, zachte smaak en geeft een rijke, gele kleur aan alles waar het mee gemengd wordt. Het wordt gebruikt om kleur en smaak te geven aan zoete gerechten, rijstgerechten en dranken. Om de smaak en de mooie kleur van saffraan het best tot zijn recht te laten komen, kunt u de saffraandraadjes licht roosteren en ze in een eetlepel warme melk kruimelen. Giet de melk dan bij het gerecht. Saffraan is ook verkrijgbaar als poeder, dat twee keer zo sterk smaakt als de draadjes.

SPAANSE PEPERS, heel en gedroogd (lál mirc): Gedroogde Spaanse pepers worden in de Indiase keuken op grote schaal gebruikt, zowel voor de smaak als voor het pikante. Als er fijngestampte pepertjes in het recept staan, kunt u ze met een vijzel en een stamper fijnmaken of met uw vingers in kleine stukjes breken. Als u niet van Spaanse pepers houdt, kunt u er minder van gebruiken of ze helemaal weglaten.

 

 

 

 

 

SPAANSE PEPERS, verse (hari mirc): Deze felrode of groene zaad doosjes van de Capsicum annum, kan men zowel in Aziatische zaken als in supermarkten vinden. De platte, ronde witte zaadjes binnenin maken het eten pikant. Als u de smaak wilt zonder het pikante, maakt u een snee in het zaaddoosje en haalt u de zaadjes er met de punt van een klein mesje uit. Was uw handen na het aan raken van de Spaanse pepers grondig met warm water en zeep, omdat de snel vervliegende olien de huid irriteren. Bewaar de Spaanse pepers ongewassen, in een stuk papier gewikkeld, in de koelkast. Als er pepers tussen zitten die aangetast zijn, moet u die er eerst tussenuit halen.

 

 

 

 

 

 

TAMARINDE (imlí): Tamarinde is afkomstig van de grote, brede peul van een tropische boom Tamarindus indica, en heeft een zure, scherpe smaak. Het bruine vlees (soms met donkere, glimmende zaadjes) wordt uit de peul geschraapt, gedroogd en in pakjes verkocht. Om de tamarinde te kunnen gebruiken, moet u eerst de zaadjes verwijderen en de pulp in stukjes snijden of trekken. Kook de stukjes pulp gedurende 10 minuten in een beetje water, tot ze zacht worden en uit elkaar vallen. (Gebruik ongeveer 3 dl. water voor 250 gram tamarinde.) Wrijf zoveel mogelijk van het pulp door een zeef. Bewaar het vloeibare gedeelte en gooi de vezelige restanten weg. lndien u geen tamarinde kunt vinden, kunt u de smaak enigszins nabootsen met een mengsel van citroensap en bruine suiker.

 

 

 

VENKELZAAD (saunf):  De lange, lichtgroene zaadjes van de Foeniculum vulgare - ook wel "zoete komijn" genoemd - lijken uiterlijk op komijnzaad, maar smaken naar anijszaad of zoethout. Venkelzaad wordt soms in kerrieschotels gebruikt. Droog geroosterd is het een goede ademverfrisser. Als u geen venkelzaad kunt vinden, kunt u ook een gelijke hoeveelheid anijszaad gebruiken.       

 

NOOT: vrijwel al de kruiden zijn verkrijgbaar in Suriname

                        

Bron: Vedische Kookkunst, Adiraja Dasa

AARDAPPEL- PAPRIKA -KAAS OVENSCHOTEL

Ingrediënten:
* 2 uien,
* 1 teentje knoflook,
* boter,
* 2 gele paprika,
* 2 theelepels paprikapoeder,
* 900 gram voorgekookte aardappelschijfjes,
* zout,
* 300 gram kaas

Bereiding:
Snipper ui en knoflook, en fruit ze kort in boter. Gooi in stukjes gesneden
paprika en paprikapoeder erbij. Samen nog een minuut laten bakken. 1/2 kopje water toevoegen en nog 5 minuten doorkoken. Aardappelplakjes verdelen over ingevette ovenschaal en bestrooien met beetje zout. Paprika mengsel hier overheen verdelen, en blokjes gesneden kaas er op. Schaal afdekken met deksel of folie en een kwartier zetten in een op 200 graden voorverwarmde oven. Dan folie verwijderen en 10 minuten onafgedekt doorbakken.
Tip: serveer met sla of een salade.

Gele erwten dál (Indiaas)

Ingrediënten:

* 1 kg gele erwten
* 2 eetlepels olie
* 5 tomaten
* 4 uien
* 1 bol knoflook
* 2 stukjes gember
* 1 theelepel turmericpoeder
* 1 theelepel rode chilli poeder
* 2 theelepels korianderpoeder
* 1 theelepel garam masálá
* een paar blaadjes zoete ním
* 2 theelepels komijn
* tikje hingpoeder
* zout naar smaak

Bereiding:
Week de gele erwten voor een half uur in water. Was de gele erwten en kook het voor 15 minuten met zout en turmericpoeder. Verhit olie in een pan en bak daarin de komijn en hingpoeder. Daarna toevoegen gesneden uien, fijn gestampte knoflook en gember. Bak het geheel tot het lichtbruin wordt. Zet daarna de gesneden tomaten, zout en ním erbij en bak alles tot de tomaten zijn gesmolten. Voeg toe: turmericpoeder, rode chilipoeder, garam masálá, korianderpoeder. Doe er wat water bij en bak alles even door. Doe het vuur uit en meng alles in de dál. De dál kan gegeten worden met witte rijst, rotí en brood.

Hyderabadi boulanger

Ingrediënten:

  • 1 theelepel komijn (jírá)
  • ½ theelepel methí poeder
  • 1 theelepel. haldí
  • 1 theelepel chilli poeder
  • 4 hele chilli pepers
  • 2 theelepel koriander
  • 2 theel. sesamzaadpoeder (gebakken)
  • 1 cup pinda (gebakken en gemalen)
  • 2 theelepel tamarinde sap of
  • 1 stukje groene manja
  • Zout naar smaak
  • 6 uien
  • Een stuk gember,
  • 1 bol knoflook
  • een pasta maken
  • 8 tomaten
  • 2 theelepel garam masálá
  • 12 st. jonge boulangers

Bereiding:
Was de boulangers, snijdt de steel eraf, snijdt het eerste in de helft en daarna in 3 stukken. Zet het in zout water zodat het niet zwart wordt. Maak olie heet in een pan en bak de boulanger komijn, uien en de pasta van knoflook en gember tot alles goudbruin is. De tomaten in stukjes snijden en erbij doen. Als het al een beetje zacht is geworden, de haldí, coriander, chilli, garam masálá erin doen. Zet een beetje water erbij en laat alles even koken. De sesamzaadpoeder en pinda erin doen en laten meekoken. De zout en tamarindesap toevoegen. De stukjes boulanger erbij doen en laten meekoken. Serveren met rijst, rotí of brood.

Mango-Bananencurry

Ingrediënten:
* 100 gram uien
* 1 teen knoflook
* 10 korianderzaden
* 2 rode pepers
* 3 eetlepels plantaardige olie
* 5 gram gemalen kurkumá
* 6 verse gedroogde kerriebladeren
* 4 deciliter cocosmelk
* 2 deciliter groentefond
* 2 onrijpe mango's (circa 800 gram)
* 500 gram onrijpe bananen
* 150 gram groene paprika
* 1 theelepel zout
* vers gemalen witte peper
* 50 gram geraspte cocos

Bereiding:
Pel de uien en knoflook en hak ze fijn. Stamp het korianderzaad fijn in een vijzel. Halveer de pepers en verwijder het zaad. Verhit de olie in een koekenpan en fruit hierin de uitjes en knoflook glazig. Rooster vervolgens de koriander, kurkumá, kerriebladeren en chilipepers 1 tot 2 minuten mee. Voeg dan de cocosmelk en groentefond toe en laat alles ongeveer 15 minuten trekken boven een laag vuur. Maak de mango's schoon. Snijd het vruchtvlees in blokjes van 2 cm. Pel de bananen en snijd ze in schuine plakjes van circa 1,5 cm dik. Halveer de paprika, verwijder het zaad en de zaadlijsten en snijd hem in ruitjes van 1 cm. Kook de paprika 3 minuten mee met de saus. Voeg de stukjes mango en banaan toe en laat de curry nog 5 minuten zachtjes koken. Breng hem verder op smaak met zout en peper. Bestrooi hem met de cocos en dien hem onmiddellijk op.

Tip: Kleine appelbananen zijn het lekkerst voor in een curry. Gebruik geen bakbananen of de minder zoete groentemango's, maar de gewone vruchten, zij het in onrijp, harde toestand.

Roth

Ingrediënten: 600 gr blom, 150 - 300 gr bruine suiker (naar eigen smaak)1/2 th.l. iláici (kardemom) poeder (optie), 250 ml melk, 100 ml ghí (stroperig).

Bereiding: Meng blom, suiker en iláci en voeg bij beetjes 3 eetlepels ghí toe. voeg daarna lauw melk bij beetjes toe tot een soepele deeg ontstaat. (laat het deeg een uur onder een natte doek staan). Maak hieruit 10 loi’s (deegballetjes) en druk tot ronde platte roti’s van 10 - 12 mm dik, 15 cm rond liefst zonder belná.

Op een medium vuurtje gaar bakken in de rest van de ghí. Steeds keren. een te hoog vuur zal de binnenkant rauw laten. Even oefenen dus. Optioneel: Rozijnen of krenten of sukade aan het deeg toevoegen. Sesamzaad na het bakken over de roth strooien, beiderzijds.

Het bereiden van ghí

Ghí, ook wel geklaarde boter genoemd, wordt alsvolgt bereid:
Kook melk, liefst verse koemelk, want die heeft veel room. Hoe meer melk u kookt hoe meer room. Zet die, nadat het afgekoeld is, in de koelkast en schep de volgende dag de room eraf en spaar het in een bakje in de  koelkast (mag tzt ook in de freezer, zodat het niet bederft) . Indien u al een hoeveelheid (1 of 2 icecreme bakjes b.v.) heeft verzameld, haal die een avond tevoren uit de koelkast. Doe ong. ¼ tot ½ glas water erbij en mix het flink totdat u ziet dat de boter zich scheidt van het water. Schep de boter eruit en zet die in een pan/karhaijá op een midelmatige vlam op vuur tot het kookt. De gesmolten boter zal dan na een tijdje ghí worden. Indien het een geelgoude kleur krijgt en helder wordt, het vuur uitdoen. (Niet te lang koken anders wordt het te donker). Doe het vuur uit en schep de ghí voorzichtig eruit met een soeplepel. Als het afgekoeld is, zeef het. U kunt de ghí heel lang in de koelkast bewaren, dan blijft het zijn lekkere geur en smaak behouden. Anders kan het het “kaster” gaan ruiken.

PS! In plaats van verse koemelk kunt u ook ongezouten boter gebruiken om ghí te maken.

Ghí van ongezouten boter

Het maken van ghí is noch moeilijk, noch ingewikkeld, maar het kost wel wat tijd. Om de zoete, nootachtige smaak van de gesmolten boter naar buiten te brengen is het nodig om hem lang en zachtjes to latent koken

1 à 5 kg. ongezouten boter

Verwarm de boter in een grote zware pan boven een matig hoge vlam, tot hij aan de kook komt. Als het oppervlak bedekt is met wit schuim, draait u de vlam zo laag mogelijk en laat u de boter zachtjes pruttelen zonder deksel. Af en toe verwijdert u de vaste melkdeeltjes die zich aan het oppervlak verzamelen. Zorg er vooral voor dat de boter niet verbrandt. Als de boter boven een te hoge vlam of te lang gekookt wordt, wordt hij donker en begint hij een doordringende geur te verspreiden. Hoeveel tijd u nodig heeft om ghí te maken, hangt af van de hoeveelheid die u hebben wilt (zie onderstaande tabel). De ghí moet, als hij klaar is, goudkleurig zijn en zo helder dat u tot op de bodem van de pan kunt kijken. Schep de ghí voorzichtig met een soeplepel in een kan of pot en laat hem onafgedekt afkoelen tot op kamertemperatuur. De vaste melkdeeltjes die u eraf hebt geschept en de vaste deeltjes die op de bodem van de pan achtergebleven zijn, kunnen in gekookte groenten, soepen en in granen verwerkt worden. Ghí die op de juiste wijze bereid is en op een koele, droge plaats in een afgesloten trommel bewaard wordt, blijft maanden goed.

Voorbereiding en kooktijd:

 

Een paar punten om to onthouden als u met ghí bakt of frituurt.

*Ghí is zuiver botervet. Aangezien er geen melkdeeltjes meer in zitten die ranzig kunnen worden, blijft ghí zelfs buiten de koelkast maandenlang goed.

*Als u ghí gebruikt om specerijen in te bakken, zet deze laatste dan eerst klaar, zodat de ghí niet verbrandt terwijl u de specerijen aan het zoeken bent.

*Let erop dat uw pan volkomen droog is als u er ghí in doet om te frituren. Laat geen water bij hete ghí komen, want het zal enorm gaan spetteren.

*De ghí kan gaan schuimen als er vochtige groenten in gefrituurd worden. Vul de pan daarom niet helemaal, zodat u genoeg ruimte overhoudt om het overkoken te voorkomen. De ghí is heet genoeg om in te frituren als een stukje groente of deeg dat u erin laat vallen, meteen naar boven komt en begint In sputteren. Draai de vlam dan net laag genoeg om te voorkomen dat de ghí verbrandt.

*Wanneer de ghí te heet is, verbrandt het de buitenkant van het voedsel, maar laat het vanbinnen rauw. Als het niet heet genoeg is, zal uw voedsel teveel ghí opzuigen en vet worden. U moet een constante temperatuur houden om ervoor te zorgen dat de ghí niet door het voedsel wordt geabsorbeerd. Samosa's moeten bijvoorbeeld gefrituurd worden in 185°C en kaasblokjes en malpura's in 190°C. Bedek het ghí-oppervlak met niet meer dan één laag groente en laat de stukjes genoeg ruimte om te kunnen bewegen. Als u teveel in een keen in de ghí doet, zal de temperatuur te sterk omlaag gaan.

*Om ghí— dat door de toegewijden soms "vloeibaar goud" wordt genoemd — goed te houden, laat u het gefrituurde voedsel uitlekken in een vergiet of zeef, die u op een pan hangt om er de druppels ghí in op te vangen. Zeef de ghí voordat u hem opnieuw gaat gebruiken, anders verbranden de restanten van het voedsel dat u er de vorige keer in hebt gefrituurd, en tasten ze de kleur en de smaak van de ghí aan.

*U kunt dezelfde ghí enkele weken achter elkaar gebruiken, zolang hij niet verbrand is. Als de glee, ook nadat hij gezeefd is, bruin blijft of een doordringende geur verspreidt, moet hij weggegooid worden.

 Bron: Vedische Kookkunt door Adiraja Dasa

Baigan bhartá

Bereiding:

5 grote boulangers doormidden snijden en met schil in water in een gesloten pot koken. De schil eraf halen. Boulanger fijn maken. In een pan met hete olie de volgende kruiden bakken:

1 th.l. jírá, 1 th.l. gemalen knoflook en gember, gesneden ui en 1 gesneden tomaat, 1 th.l. hardi , 1 th.l. cát masálá, 1 th.l. dhaniyápoeder, 1 th.l. chilipoeder. Zout naar smaak toevoegen. Boulanger erin doen en bakken.

Chop soy vegetarisch

Ingrediënten:
100 gram sojabrokken
250 gram champignons.
1 rode paprika
1 groene paprika
1 blikje babymaïs
1 stengel bleekselderij
1 grote ui
500 gram broccoli
6 eetlepel olie
6 eetlepel oestersaus mespuntje zout
4 teentjes knoflook snufje vetsin
2 eetlepel rum
4 druppels sesamolie.

Bereiding:
De sojabrokken even opkoken en laten uitlekken, De champignons wassen en in plakjes snijden. De oestersaus, fijngewreven knoflook, vetsin, 2 eetlepel rum, ui (in vieren gesneden), mespuntje zout. Dit alles mengen door de sojabrokken. De broccoli wassen en in roosjes verdelen, de paprika in reepjes snijden. De baby maïs in de lengte schuin halveren. De stengels van de bleekselderij in kleine schuine stukken snijden. In een ruime pan de olie heet maken en hierin de sojabrokkenmassa bakken en flink omscheppen. Eerst de broccoli toevoegen en even laten bakken. De maïs, champignons, bleekselderij, sesamolie en de paprika als laatste toevoegen en het geheel goed omscheppen. Eventueel wat zout toevoegen.

Zoet-pittige pompoensoep met gember en koriander

Benodigdheden:
* 1 pompoen, schoongemaakt (maar schil behouden) en in stukken gesneden
* 1 grote rode ui, gesnipperd
* 2 á 3 cm gember, klein gesneden
* 1 1/2 eetl. korianderzaad, gemalen
* 1 á 2 eetl. bouillonpoeder
* Olie

Bereiding:
Verwarm op middelhoog vuur in een soeppan de olie en fruit kort de ui.
Bak het korianderzaad en de gemberwortel kort mee en voeg de bouillonpoeder toe, roer alles heel even al bakkend goed door en voeg de pompoen toe. Giet direct water in de pan; gebruik zoveel water dat de groenten nog net boven het water uitsteken.
Breng het geheel aan de kook. Zodra het kookt, zet je het vuur iets lager en laat je het geheel ongeveer 30 minuten doorpruttelen. De pompoen moet helemaal zacht worden. Pureer de soep met een staafmixer.

Tahu met doperwten(Indiaas)

Ingrediënten:
* 2 pakken tahu
* 1 pak doperwten
* 6 medium uien
* 5 tomaten
* 200 gr. tomatenpuree
* 2 stukjes gember
* 1 bol knoflook
* 1 theelepel jírá
* 1 mespuntje hing
* 1/2 theelepel haldí
* 2 theelepels rode chili poeder
* 3 theelepels koriander poeder
* 1 theelepel garam masálá
* 1 cup melk
* 200 ml. olie
* zout naar smaak

Bereiding:
Was de tahu en snijd het in blokjes.
Knoflook, uien en gember fijn maken tot pasta. Bak eerst jírá in hete olie. Daarna hing erbij doen. Nu de pasta van knoflook, uien en gember. Zet nu de haldí, koriander poeder, garam masálá en rode chili poeder erbij. De tomaten in stukjes snijden en meebakken. Zet nu tomaten puree erbij en een half glas water. Laat alles een tijdje bakken. Zet nu de tahu erbij. Nog een half glas water toevoegen en de melk. Wanneer het begint te koken de doperwten en zout erbij doen.
Serveren met rotí of brood.

Bron: ICC kookles

SAHANÁ

Benodigheden:
* 1 kg split urdi (geen múng)
* 150 gr besan (van gele erwten) of rijstmeel
* zout, peper en knoflook (of 1 theelepel hing) naar smaak
* 1 volle eetl. gebrande, gemalen jírá
* 1 afgestreken eetl. hele jírá
* 10 tot 12 grote tajerbladeren.

Bereiding:
De urdi 3 uren weken, wassen en fijn malen (niet te papperig). Hierna dit mengen met de besan of rijstmeel en alle bovengenoemde ingrediënten. Water toevoegen tot er een soepel beslag ontstaat, welke je gemakkelijk kunt uitsmeren. Het beslag laten staan. De tajerbladeren wassen en de dikke nerven aan de onderkant lichtelijk afschillen;
vervolgens met een deegroller platrollen, waardoor later het uitrollen gemakkelijker wordt. Hierna een tajerblad op het tafelblad leggen met de gladde kant onder en de ruwe kant boven. En nu het urdibeslag aan de bovenkant gelijkmatig en niet te dik uitsmeren. Vervolgens een volgend blad hierop leggen, weer met de gladde kant onder; beslag uitsmeren hierop. Het punt van het blad moet nu wel aan de andere kant wijzen, dus steeds om en om. Dit maakt het rollen gemakkelijker. De bladeren vormen dan ongeveer een rechthoek. Afhankelijk van de gewenste dikte kan men twee tot drie bladeren gebruiken. Hierna de uitgesmeerde bladeren oprollen en de randen instoppen en besmeren met het beslag. Hierna kan het gebakken worden. De opgerolde bladeren op een snijplank met een scherp mes in plakjes van ongeveer 1 cm snijden (niet te dik of te dun). Vervolgens in hete olie frituren. Laten uitlekken en serveren met de gewenste catní.

Pisán kí tarkárí (gluten)

Benodigdheden:
3 kg blom; evt. enkele aardappelen; 2 verse tomaten; 2 eetl. masálá; 2 teentjes knoflook; 1 ui; 1 eetl. jírá; zout en peper; soepgroente.

Bereiding:
Enkele uren van tevoren met ongeveer 1.5 liter water en de 3 kg blom deeg maken. Daarna net zolang wassen, totdat het deegwater helder wordt. Maak hiervan 6 plakjes en zet het op in een emaillepot met kokend water. Ongeveer 1/2 uur laten koken tot het opkomt als spons. Daarna in stukken snijden en klaarmaken met kruiden (masala of kasripo).

PRASÁD: mohanbhog

Benodigdheden:
500 gr. griesmeel; 225 gr.(zoutloze) roomboter of ghí; 1 tot 1½ l. melk; 400 gr. suiker; naar smaak rozijnen/ grof gemalen zoete amandelen.

Bereiding:
Breng de melk aan de kook in een pot.
Warm de boter op in een pan en voeg dan de griesmeel bij beetjes toe.
Onder voortdurend roeren de griesmeel lichtbruin bakken; voeg daarna de suiker toe. Blijf door roeren; voeg daarbij de melk bij beetjes toe en als laatste de rozijnen/ amandelen. Blijf door roeren. Als het geheel loslaat van de pan, is de mohanbhog klaar.
(Genoeg voor ongeveer 20 personen)

Vegetarische Cake

Ingrediënten: 1 pak roomboter, 2 th.l. blomsoda, 4 th.l. bakpoeder, 10 eetl. witte suiker, 400 gr. blom, ½ blik gecondenseerde gesuikerde melk.

Bereiding: Suiker en boter mixen tot een romige massa. Hierbij de andere ingrediënten toevoegen. Tijdens het mixen nog wat melk bijdoen. Wat water vervolgens toevoegen, totdat het geheel een soepele massa wordt. Overzetten in een beboterd bakblik en dan in de oven tot het gaar is.

Vegetarische mayonaise (zonder eieren)

Benodigdheden voor een halve liter mayonaise:
- 2,5 dl. ongesuikerde gecondenseer de melk
- 2,5 dl. zonnebloemolie (geen olijfolie)
- 1 th.l. zout
- 2 th.l. honing
- 4 eetl. citroensap
- 2 eetl. mosterdpoeder

Bereiding:
Giet de gecondenseerde melk in een blender en doe het aan; giet er geleidelijk aan de olie bij. Voeg zout, honing, citroensap en mosterdpoeder toe. Blijf mengen totdat de mayonaise stijf wordt. Laat die nog 10 min. verder opstijven in de ijskast.

Vegetarische Lasagna (Italiaans gerecht)

Benodigdheden voor 4 personen:
Lasagnavellen (pakje van Honig);
1 aubergine (bhántá); 1/2 pu (lauki);
1 paprika; 1 ui;
1 teentje knoflook;
1 zakje tahu (of panír); 50 gram geraspte vegetarische kaas;
een pak traditional lasagnasaus van Honig (Del Monte, Hunt); evt. naar smaak extra gedroogde oregano en basilicum; zout en peper; olie om in te bakken.

Bereiding: Snijd de aubergines in plakken van een halve centimeter dik. Verhit olie in een grote platte pan en bak de plakken aubergine om en om totdat ze minimaal goudbruin zijn. Snipper ondertussen de ui en snijd de pu en paprika in kleine stukjes. Pers de knoflook uit. Verhit olie in wok en bak de ui en de knoflook. Voeg de paprika en pu toe en bak de groente op een half hoog vuurtje ong. 8 minuten. Maak de saus aan met de kruiden, zout en peper. Voeg de saus toe aan de groenten in de wok en laat het geheel nog een minuut zachtjes koken. Prak de tahu fijn en bak het in een pan droog met 1 veg. blokje. Vet een kleine ovenschaal in. Giet eerst een derde van de rode saus met groenten in de schaal en dek deze af met lasagnavellen. Zet hierop de helft van de aubergineplakken en tahu. Dek dit weer af met lasagnavellen. Doe weer een derde van de saus op de lasagnavellen. Maak nog een laag van aubergine en tahu, dek deze af en zet de rest van de rode saus hierop. Strooi nog wat geraspte kaas over de lasagna (niet te veel). Zet de lasagna een half uur in de oven op 200 graden. Smakelijk eten!

Vegetarische pom

Benodigheden:
2 kg pomtayer; sap van 3 sinaasappels of 5 eetl. azijn; 8 eetl. suiker; 4 theel. zout; 1 theel. zwarte peper;1 bosje soepgroente; 0,5 pnd jonge veg. kaas in blokjes ge-sneden;1 pak diepvries groentenmix; wat ananas uit blik mag erbij; 1 pak tahu of panír (gestremde melk); 1-2 blikken gepelde tomaten (of ong. 10 tomaten); extra tomatenpuree naar smaak; 5-6 veg. bouillonblok; paar stukken gember en laos; lontaikorrels en laurierbladeren; 1 (madame jeanette) peper zonder pitjes; ong. 1,5 l. water.

Bereiding:
Snijd de tahu of panír in plakjes, frituur deze lichtbruin in olie en snijd ze daarna in blokjes van ongeveer 2 cm. Doe het water in een ruime pan en voeg de tomaten (in stukken gesneden), bouillonblokjes, gember, laos, laurierbladeren, lontaikorrels en peper toe. Laat dit ongeveer 20 minuten koken en haal daarna alle losse kruiden uit het bouillonwater weg. Fruit de tahublokjes in boter met wat uien, knoflook en to-maat en voeg hierbij de groentenmix toe. Het vuur mag dan uit. Meng de pomtayer met zout, suiker, sinaasappelsap, zwarte peper en soepgroenten. Voeg vervolgens het bouillonwater toe aan de pomtayer. Vet een ovenschaal in met boter en doe de helft van het pomtayermengsel erin. Verdeel op de pomtayerlaag de blokjes kaas en het tahu-groenten mengsel. Bedek met de rest van het pomtayermengsel het ge-heel. Zet wat klontjes boter hierop en bak dit gaar in een hete voorverwarmde oven. Smakelijk eten!

Pastei (vegetarisch)

Ingrediënten:
250 gr. zelfrijzende blom, 100 gr. roomboter, 250 gr. sojabrokken, 1 grote ui, ½ blik wortelen, ½ blik doperwten, 2 á 3 bouillonblokjes (vegetarisch), 1 eetl. kappertjes, 1 takje soepgroenten, snufje nootmuskaat 50 gr. boter, ½ tomaat, zwarte peper snufje zout.

Bereiding: Kneed een deeg van de blom, roomboter, snufje zout en een scheutje koud water. Goed kneden en laten rusten. De sojabrokjes ± 15 min. zacht koken in een bodem water, uitknijpen en eventueel in stukjes snijden. Fruit in een pan de fijngesneden ui in de boter, daarna voegt u er de in stukjes gesneden tomaat aan toe. Vervolgens voegt u de soja, nootmuskaat, verkruimelde bouillonblokjes en zwarte peper toe en goed bakken. Als de soja al wat gebakken is, voegt u de uitgelekte wortelen, doperwten, kleingesneden soepgroente en kappertjes eraan toe, even omscheppen en van het vuur afhalen. Eventueel nog een bouillonblokje toevoegen voor de smaak. Rol het deeg uit (¼ cm) en bekleed een beboterd bakblik met de helft van het deeg. De hoeken goed aandrukken; het deeg moet wat over de rand heen hangen. De vulling in het blik doen. Bedek het met de rest van het deeg. Vouw de randen naar elkaar toe en werk ze netjes af. Bak de pastei in een voorverwarmde oven op 200 ºC. Als het deeg goudgeel is, is de pastei klaar.

Laukí ká halwá

Ingrediënten:
* 1 kg laukí (pu)
* 3 eetlepels boter
* 100 gram melkpoeder
* noten en droge vruchten
* kaneel poeder (mespuntje)
* 250 gram suiker

Bereiding:
Schil de laukí en rasp het, zet daarna de geraspte laukí in de wokpan en laat het voor 10 tot 15 minuten met deksel erop koken. Als er weinig water in de wokpan is, doe dan de melkpoeder, suiker, kaneelpoeder, boter en de droge vruchten bij en bak het geheel tot het loslaat van de wokpan.

lauki-halwa

Besan ke laddú

Ingredienten:
1 kg besan (liefst canábesan); 750 gram poedersuiker; 500 gram ghí; 100 gram grof gemalen amandelen of cashewnoten.

Bereiding:
In een karhaiyá besan en ghí op een zacht vuurtje bakken. Blijf roeren.
Wanneer het mengsel ruikt, kan het vuur uit. Meng suiker en amandelen of cashewnoten in het mengsel. Maak balletjes daarvan.besan-laddu

Álú bará

Benodigdheden:
1 kg aardappel uitkoken en prakken. In olie: 2 theel. (zwart) mosterdzaad (ráí) bakken tot het begint te knetteren (let op: deksel op de pan). Dan naar smaak fijngesneden uien, gemalen knoflook, peper, fijngesneden zoete nímbladeren, zout en hardí (kurkumá) toevoegen.

Bereiding:
De aardappelen toevoegen bij de kruiden en goed mengen. Van het vuur halen en als het wat afgekoeld is balletjes maken. Hierna een slap deeg van besan (= fijngemalen gele erwten) met water maken en de balletjes hierin rollen en daarna bakken in hete olie.

 

Pakaurá

Benodigdheden:
1 pond (caná) besan; 3 grote aardappelen ; 1 bosje kouseband; wat soepgroente; 4 teentjes knoflook; peper, zout, gebakken en gemalen jírá naar smaak; water.

Bereiding:
Besan weken in 0,5 l. water. Meng dit met de jírá; even opkloppen; nagaan door in een kom met water deeg te laten oprijzen; het moet opkomen in het water. Hierna de in kleine stukjes gesneden aardappelen en kouseband, en soepgroente toevoegen en mengen. Balletjes maken en bakken in hete olie. Opdienen met hot ketchup of catni. (U mag ook andere (blad)groenten erdoor doen.)

Biryání

Biryání: gebakken rijst met groenten (voor ong. 15 - 20 personen)
Biryáni is een Indiaas gerecht en kun je op verschillende manieren maken.
Een origineel recept ziet u hieronder.

Voorbereiding:
*Was 1 kg básmatírijst en week het een ½ u. Bak 2 th.l. zwart mosterdzaad in een pot met 2 eetl. olie. Als het mosterdzaad knettert, bak 2 th.l. jírá en de rijst erin, voeg water toe en kook het. (Let wel: bij básmatírijst wordt minder water toegevoegd.) Als de rijst gaar is, draai het los.
*Kook ong. 900 gr. diepvries mixgroenten even op met een beetje zout en giet het af.

Bereiding:
Verhit 4-5 eetl. olie in een karhaiyá (wok); bak hierin 2 eetl. mosterdzaad (moet knetteren), 2 th.l. jírá, een takje zoete nímbladeren, 2 verse in stukjes gesneden tomaten, 6 stuks steranijs, 6 kaneelstokjes van ongeveer 10 cm, 5 stuks zwarte en 10 stuks witte iláycí (kardemom), 6 stuks kruidnagels en ong. 2 eetl. verse geraspte gember. Voeg hierna de poederkruiden toe: 2 th.l. dhanuyá (coriander), 2 th.l. hardi, 2 th.l. hing (asafoetida), 4 afgestreken th.l. biryánípoeder (bv. van ‘t merk: National Bombay biryání). Verder 3 eetl. witte yoghurt, een handvol rozijnen en 3 eetl. geraspte kokos. Draai alles hierna goed door met de rijst, de diepvries mixgroenten en een mespunt suiker. Geen zout zetten (of eerst proeven, want de biryánípoeder bevat al zout).

CURRY

Ingredienten:
25 g gestoomde cassave, 25 g geweekte blak’ ai pesi, 50 g gesneden tajerblad, 1 eetl. ghí, ½ th.l. hele jírá (komijn); 1 th.l. dhaniyá korrels (koriander), 10 zoete nímbladeren, ½ eetl. gechopte gember, ¼ th.l. hing (asafoetida), 1 th.l. dhaniyápoeder, 1 th.l. masálá (kerriepoeder) 1 eetl. gesneden dhaniyástengels/bladeren, 50 ml kokosmelk.

Bereiding:

Verhit de ghí, doe de komijn, korianderzaad en nímbladeren erbij; verhit dit een paar seconden, voeg nu de gember toe, en een paar seconden later de gesneden koriander. Als laatst voeg je alle poederkruiden toe. Let op dat de poederkruiden niet verbranden. Voeg nu wat water toe, hierna de blak’ ai pesi; laat deze op zacht vuur gaar worden. Voeg daarna de tajerblad toe en laat dit ook gaar worden. Als de pesi en tajerblad bijna gaar zijn, voeg dan de kokosmelk toe en breng het geheel aan de kook. Voeg als laatst de cassave toe en breng het geheel met zout op smaak.

POHÁ

Pohá wordt in India veel gegeten als ontbijt of voorgerecht. Het is platte gedroogde rijst en wordt kant-en-klaar verkocht. De rijst wordt eerst gekookt, daarna gedroogd en geplet. Het is gemakkelijk te bereiden en is licht verteerbaar. Je kunt vegetarische kip (diepvries) en andere groenten erdoor doen en het opdienen met sojasaucijsjes (diepvries). De kruiden op gevoel zetten afhankelijk van hoeveel pohá u klaarmaakt.

Bereiding Sojasaucijsjes:
In olie knoflook, ui en gechopte gember bakken, zout, zwarte peper, gesneden tomaten toevoegen. De sojasaucijsjes in stukjes snijden en erbij doen. Even doorbakken met paprika en gesneden dhaniyánblad.

Pohá met veg. kip:
De “kip” in stukjes snijden en bakken in olie. Toevoegen ui, knoflook, beetje Tava Fry masálá, hardi. De pohá in een vergiet spoelen en erbij doen en doorbakken. Wat zoete ním- en dhaniyánbladeren (in stukjes gesneden) en zout toevoegen. U kunt in stukjes gesneden/gebakken aardappelen, uitgekookte diepvriesdoperwten, en paprika bij de pohá doen en even doorbakken.

Green catni

Blender de volgende bladeren samen met ui, peper, beetje citroensap en gember:
1. Lemon tulsí (Limbu tulsí/mintblad)
2. Gotu kola (Surinaamse bráhmí)
3. Ajwáin (Tijm/deki minti)
4. Bandhaniyán (wilde koriander); is geen podiná (mint)

Navratna (lett: 9 juwelen)

Hierbij wordt een groentegerecht klaargemaakt met 9 kruiden en/of 9 groenten, welke met capáti’s (kleine roti’s) gegeten kan worden. De hoeveelheid kruiden op gevoel zetten afhankelijk van de hoeveelheid die u klaarmaakt.

Benodigdheden:
3 kopjes (van te voren) gekookte of gebakken groenten (9 variëteiten- aardappelen, wortelen, doperwten, snijbonen, bloemkool, paprika, tomaten, cashewnoten, 150 gr. panír (gestremde melk) en/of vegetarische “kip”, 3 tomaten, 2 uien, 1,5 th.l. geraspte gember, 1,5 th.l. gemalen knoflook, zout naar smaak, th.l. hardi (kurkumá), 1,5 th.l. rode chilipoeder, 1 th.l. dhaniyánpoeder. (koriander), wat iláycipoeder (kardemom), 2 th.l. garam masálá, 6 eetl. plantaardige olie, 1 eetl. ghí, 1 kop water, korianderblaadjes.

Bereiding:
* Saus: Kook de tomaten tot ze zacht zijn en maak er puree van. Je kan ook kant-en-klare tomatenpuree gebruiken. Bak in olie of ghí uien, gember en knoflook. Voeg zout, kurkumá, rode chili, koriander en garam masálá toe. Doe de tomaten en/of puree erbij en roer dit tot een mengsel. Let erop dat het mengsel niet aan de bodem van de pan blijft plakken. Voeg water toe en koken tot de saus dik wordt.
* Groenten: bak in olie of ghí ui, knoflook, gember en doe de “kip” erbij. Voeg zwarte peper, iláyci, hardi, tomatenpasta, dhaniyánpoeder., kokosmelk, zout, yoghurt of voldoende creme freliche. Voeg de groenten erbij, behalve de panír. Doe de saus bij dit alles en laat even door sudderen. Voeg wat water toe en als laatste de panír. Doe er gehakte koriander- bladeren op om de Navratna te versieren.
Serveer de Navratna warm met capáti’s en green catni. Smakelijk eten.

Álú kí tikkí (aardappelpasteitje)

Benodigdheden:
- voor aardappelmengsel: 500 gr. aardappelen; 1 ½ kop pohá (rijstvlokken) weken in ¼ kop water; 4 eetl. koren of rijstmeel.
- voor de vulling: 1 kop caná dál;
¼ kop met zout en hardi gekookte doperwten; 2 of 3 groene gechopte chilipepers; een handvol gechopte verse dhaniyánbladeren; 1 eetl. gechopte gember, snuifje asafoetida (hing); ½ th.l. jírá; 1 th.l. rode chili- poeder; ½ th.l. korianderpdr.; 1½ th.l. amcúr (manjapdr); ½ th.l. garam masálá; ½ th.l. zout; ¼ th.l. zwart zout; 2 th.l.olie.

Bereiding:
Aardappelen even uitkoken, laten afkoelen, schillen en raspen. Mengen met pohá en koren of rijstmeel. Laat voor ± 1 uur staan. Geen zout toevoegen.

Voor de vulling: Hing en jírá in olie bakken en dan groene peper en gember erbij doen. Caná dál, doperwten en overige ingrediënten/ masálákruiden toevoegen. Kook voor 5 - 7 minuten. Doe het vuur uit. Daarna korianderblad toevoegen en alles goed mengen en laten afkoelen. Wrijf genoeg olie in je handen. Maak een balletje van een beetje aardappel, vulling erin doen en dicht maken. Platdrukken. Goudbruin bakken in een klein beetje olie op hoog vuur. Warm opdienen met green of tamarinde catní.

Lauki koftá

1 lauki (poe) schillen en raspen. In heet water koken en latenbuitlekken. Al het water uitpersen.
Maak een mengsel van: 1 eetl. dhaniyánpoeder, 1 eetl. gemalen jírá, chilipoeder, zout, kastúrí methí, en 4 volle eetl. caná-besan. Alles goed mengen, balletjes maken en in hete olie goudbruin bakken.

Saus: In een pan wat olie verhitten en erin bakken: 1 eetl. hele jírá, 1 ui, tikje hing, 1 eetl. dhaniyán, ½ eetl. gemalen hardi, chilipoeder, gemalen jírá, 1 eetl. kastúrí methí, zout, 2 eetl. yoghurt, knoflook en gemalen gember. Tomatenpuree met water mengen en erbij doen. Meer water toevoegen en laten koken. Balletjes toevoegen en even doorkoken. Opdienen met rijst.