Gaṇesha Jayantí

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Op de vierde (caturthí) dag van de maand bhádon (aug/sept) tijdens de shukla paksha (lichte maandhelft) wordt de geboortedag van Gaesha herdacht.

Gaesha (de olifantengod) wordt gezien als de god van wijsheid, geluk, voorspoed en verwijderaar van obstakels. Daarom wordt hij altijd aangeroepen bij het begin van elke belangrijke daad. Gaṇesha heeft het lichaam van een korte, dikke gelige man met een overduidelijke buik, vier handen en het hoofd van een olifant. Zijn rijtuig is de rat.

Elk deel van zijn mythische vorm heeft een betekenis:
Het olifantenhoofd: het verkrijgen van kennis door te luisteren.
Zijn grote oren: stellen hem in staat om alles te horen.
De slurf: de perfectie en de imperfectie van de wereld. Het staat voor lichamelijke en geestelijke kracht.
De grote buik: de kracht om alles aan te kunnen (“te verteren”) wat het leven en de wereld met zich meebrengen.
De rat: symbool van snelheid, verlangen, rijkdom en verwijderaar van obstakels.
De vier handen: in een hand houdt hij een parashu (bijl) om obstakels weg te halen en een ankush (prikstok) om zijn toegewijde op het pad van de dharma te houden. De strik symboliseert zijn controle over de dood. Zijn onderste linkerhand heeft zoete spijsoffer, die de beloning van devotie vertegenwoordigt en met zijn onderste rechterhand zegent hij zijn devoten.

De legende van het olifantenhoofd van Gaesha.
Volgens een van de legenden schiep Párvatí, de vrouw van Shiva, uit schilfers van haar lichaam een jongen en ze gaf haar zoon Gaṇesha de opdracht om op de wacht te staan, terwijl zij ging baden in de rivier. Intussen kwam Shiva terug, maar werd tegengehouden door Gaṇesha. Gaṇesha wist niet, dat Shiva zijn vader was en anders om. Shiva werd woedend en hakte zijn hoofd af. Toen Párvatí uit de rivier kwam en haar zoon zonder hoofd aantrof, werd ze kwaad. Shiva beloofde haar het hoofd van de jongen te vervangen door het hoofd van het eerste levende wezen, dat hij zou tegenkomen. In dit geval was het een olifant.
Shiva zegende daarna Gaṇesha. Voortaan zouden alle geschriften en goede werken beginnen met zijn naam. Daarom vinden we de woorden “Shrí Gaṇesháyanamah” (ode aan Gaṇesha) boven het begin van elke goed werk.

I.v.m. Gaṇesha Jayantí moet men een schone woning, werkplaats met schone omgeving creëren en vegetarisch eten.

Bron: Het Hindoeisme leren kennen, Dogra

 

Shrí Gaesh Vandaná
Aum, Gajánanam bhúta gaádi sevitam,
kapittha jambhú phala cáru bhakshaam;
Umásutam shoka vinásha kárakam,
namámi Vighneshvara páda pankajam.

Betekenis:
Gelijk de slurf van een olifant, dienaar van de groep,
eter van jámun (zwarte pruim) of kaith (soort vrucht),
zoon van Umá,ontnemer van alle soorten van leed,
Vighneshvara met de lotusachtige voeten, loof ik in devotie.

Share.

Leave A Reply

X