Sanskár’s

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

een pad voor vorming en opvoeding binnen het Hindoeisme
Voor vorming en opvoeding hebben Hindu’s een pad ontwikkeld, dat sanskár heet. Dit Sanskrit woord betekent cultiveren of vormgeven. Sanskár’s zijn de belangrijkste
bakens in het leven van iemand, waarlangs de vorming en de opvoeding van jonge mensen plaatsvinden en volgens welke zij, eenmaal volwassen geworden, hun leven kunnen inrichten.
 
Sanskár’s zijn bedoeld om van het mensenkind een goed en volwaardig mens te maken. Bij het intreden van een nieuwe levensfase worden er daarom zuiveringsceremoniën verricht. Doorgaans wordt er van zestien sanskár’s gesproken, verdeeld in drie prenatale (voor de geboorte) en dertien postnatale (na de geboorte). Niet ieder sanskár krijgt echter evenveel aandacht. Men begrijpe goed dat de sanskár’s zijn opgetekend in lang vervlogen tijden en dat de begeleiding en opvoeding van jonge mensen nu anders plaatsvindt dan toentertijd. Niet dat de sanskár’s op zich zijn veranderd of overbodig geworden, neen, slechts de wijze van uitvoering wijkt soms af van de oude voorschriften. De 16 aanbevolen

sanskárs zijn:
 

    1. Garbhádhána: de ceremonie na de conceptie;
    2. Punsavana: zegening van moeder en foetus in de tweede of derde maand van de zwangerschap;
    3. Símantonnayana: in de vierde, zesde of achtste maand van de zwangerschap voor gezondheid en kracht voor de foetus en de moeder;
    4. Játakarmana: deze ceremonie wordt bij de geboorte door de vader verricht; honing vermengd met ghí wordt op de tong van de pasgeborene gezet.
    5. Námkarana; de naamgeving; naast de gewone naam wordt door de pan dit astrologisch ook een ráshi ke nám bepaald.
    6. Nishkramana: bij de vierde maand wordt het kind in de buitenlucht en in de zon gebracht.
      1. Annapráshana: het eerste voeden van het kind met vast voedsel;
      2. Cúrákarma of mundan: het kaal scheren van het hoofdhaar gebeurd meestal in het eerste jaar;
      1. Karnavedha: het doorprikken van de oorlellen;
      2. Upanayana of janew: de inwijding tot de schoolrijpe periode;
      3. Vedárambha: het begin van de leer periode;
      4. Samávartana: het beeindigen van de leerperiode;
      5. Viváha: het huwelijk;
      6. Vánaprastha: zich terugtrekken uit het bedrijfsleven;
      1. Sannyása: intrede in het ascetisch leven
      2. Antyesthi: crematie (of begrafenis). Van de bovengenoemde sanskárs worden tegenwoordig door de meeste mensen de námkaran, mundan, janew, viváh en de antyesthi sanskár verricht.

 Bron: Inleiding tot het Hindoeisme,OHM/NED

Share.

Leave A Reply

X