23 mei 2024: Buddha Púrnimá

Buddha Púrnimá, ook bekend als Vesak of Boeddha Dag, is een belangrijke feestdag in het boeddhisme die de geboorte, verlichting en dood van Gautama Buddha viert. Het valt op de volle maan dag in de maand Vaishakha, die meestal in april of mei valt, afhankelijk van de maankalender.

Het woord Buddha is een titel met de betekenis “ de Verlichte”. Zijn eigen naam was Siddhárth, hetgeen betekent: “Hij die zijn doel heeft bereikt”.  Zijn familienaam was Gautam. Boeddhisme is de leer van Buddha.

Het symbool van het Boeddhisme is een wiel met acht spaken. Dat staat voor het “achtvoudige pad”. Elke spaak betekent een deel van de levenshouding die je nodig hebt om steeds weer het middelpunt te vinden.

De kern van Buddha’s leer wordt gevormd door de Vier Nobele Waarheden, nl.:

– er bestaat lijden (dukh);

– dit lijden heeft een oorzaak (samuday);

– het lijden kan worden opgeheven (nirodh);

– er is een weg die tot opheffing van het lijden leidt (márg).

Niemand kan het bestaan van het lijden ontkennen; behalve ongeluk, ouderdom en dood zijn er vele andere vormen van lijden, waar men echt niet naar verlangt. De fundamentele oorzaak van het lijden is de gebondenheid aan het verlangen naar (zinnelijke) bevrediging, de gehechtheid aan het materiële, het vergankelijke en de dorst (trishna). Daarom kan het lijden worden opgeheven als men deze dorst overwint en een onthecht en onbaatzuchtig leven leidt.

En de weg tot de opheffing van het lijden is het Heilige Achtvoudige Pad, nl.:

– het juiste geloof (erkenning van Dharma en de vier Nobele Waarheden);

– het juiste besluit (verlangen naar verlossing, geen begeerte, wrok of haat koesteren);

– het juiste woord (niet liegen, niet kwaadspreken, geen harde taal, geen praatjes);

– de juiste daad (niet doden, niet stelen, geen overspel plegen, niet zelfzuchtig handelen);

– het juiste gedrag (vrij van leugen, bedrog, list of haarkloverij);

– de juiste inspanning (beheersing van de begeerten, oefening van de wil);

– de juiste meditatie (waken over het lichaam, het gevoel, en de wil, enz.,) en

– de juiste concentratie (bereiken van inwendige kalmte, volmaakte zuiverheid).

Buddha legt de nadruk op cultivering van gevoelens als maitri (liefde) en karuna (mededogen), niet alleen ten opzichte van onze medemensen en de mensheid in het algemeen, maar ook ten opzichte van de dieren en de planten, de aarde, de totale schepping. In onze moderne wereld – gekenmerkt door jachtigheid en geweld, onrust en gespletenheid – is deze boodschap van de Buddha des te belangrijker, nu de mensheid erop uit schijnt te zijn zichzelf en de natuur te vernietigen door de Dhartí- Mátá (Moeder Aarde) te plunderen.

Wellicht heeft de wereld nimmer Buddha’s leer zo hard nodig als juist nu!

Buddha Púrnimá is een belangrijke dag voor het geven van liefdadigheid en het helpen van anderen, aangezien dit belangrijke principes zijn in de leer van Buddha. Veel mensen doneren geld of voedsel aan liefdadigheidsinstellingen of helpen anderen in nood.

Over het algemeen is Buddha Púrnimá een dag van vreugde, mededogen en vrede, waarop boeddhisten en anderen de principes van Boeddha herdenken en hun toewijding aan de leer van Buddha vernieuwen.

“Weest een licht voor uzelf,
zoekt een toevlucht in uzelf,
niet in anderen.”
Buddha

 

Bron: diverse

 

 

                                                                                                                                                

21 mei 2024: Narasimha Jayantí

Narasimha Jayantí is een hindoeïstische feestdag die wordt gevierd ter ere van de geboortedag van God Vishṇu in de vorm van Narasimha, een mythische half- mens, half- leeuw figuur. De dag valt elk jaar op de veertiende dag van de lichte helft van de maand Vaishakha, volgens de hindoeïstische kalender, wat meestal overeenkomt met de maanden april- mei in de gregoriaanse kalender.

Op Narasimha Jayantí bidden hindoes voor bescherming, kracht en voorspoed door middel van aanbidding en offerandes aan Shrí Vishnu en Narasimha. Sommige mensen vasten ook op deze dag als een teken van respect en toewijding aan Vishṇu en Narasimha.

Het mythologisch verhaal achter Narasimha

Er woonde een rishi (wijze) genaamd Kashyap in India. Hij en zijn vrouw Diti hadden twee zonen, namelijk Hiranyaksh en Hiranyakashipu. De Varaha (zwijn) avatár van Shrí Vishṇu had Hiranyaksh vermoord. Daarom beloofde Hiranyakashipu de dood van zijn broer te wreken. Om God Vishṇu te verslaan deed hij een diepgaande tapasyá (boetedoening)  en behaagde God Brahmá om de zegen te verkrijgen van onoverwinnelijkheid.

Hiranyakashipu kreeg de zegen maar begon deze te misbruiken. Hij kreeg controle over de hemel en met zijn kwade bedoelingen begon hij de Goden, rishi’s en muni’s (asceten) te bedreigen en te doden.

Toen werd rond die tijd een jongetje, genaamd Prahlád, geboren bij zijn vrouw Kayadhu. Ondanks geboren te zijn in de demonfamilie, was Prahlád een fervente toegewijde van God Vishṇu en aanbad hem met de grootste eerbied, toewijding en liefde. Hij vreesde de vele de berispingen van zijn vader niet en zette zijn toewijding voor God Vishṇu voort. Woedend hierdoor had Hiranyakashipu de intentie om zijn eigen zoon te doden.

Hiranyakashipu’s vele pogingen en aanvallen op Prahlád ging tevergeefs verloren vanwege God Vishṇu’s genade. Woedend en hopeloos als hij zich voelde besloot hij toen zijn zoon levend te verbranden. Op de dag van Holiká Dahan, een avond voor het Holífeest, werd Prahlád gedwongen te gaan zitten op een brandstapel samen met zijn tante Holiká, die de zegen had verkregen dat vuur haar niet kon doden. Maar God Vishṇu’s lilá (spel) maakte het mogelijk dat Holiká stierf in het vuur en Prahlád kwam levend uit de brandstapel. De boze Hiranyakashipu hield toen Prahlád vast en vroeg hem: “Waar is jouw God?”. Hij sloeg hem met zijn wapen en vroeg hem opnieuw om zijn God te laten zien. Tot zijn grote schrik, verscheen God Narasimha.

Hiranyakashipu had de zegen van Brahmá niet gedood te worden, niet door enig wezen, noch in menselijke of dierlijke vorm, overdag noch ’s nachts. Hij kon ook niet worden gedood op aarde of in de ruimte, en geen wapen kon tegen hem worden gebruikt. Vandaar dat God Vishṇu tevoorschijn kwam in de gedaante van Narasimha, half mens en half leeuw. Hij legde Hiranyakashipu op zijn schoot en doodde hem met zijn scherpe nagels en herstelde gerechtigheid. Moge God u allen beschermen tegen de negativiteiten in het leven en moge u vrede, welvaart en geluk ten deel vallen.

Ek Shubh Narasimha Jayantí

 

Bron: diverse

23 april 2024: Hanumán Janma Utsav  

Hanumán wordt beschouwd als de incarnatie van Shiva; Shiva wilde Shrí Rám dienen en verscheen in de gedaante van een vánar (bosmens), die Hanumán genoemd werd (Hanumán betekent letterlijk: met het grote kaakbeen).

Shrí Hanumán is de zoon van Anjaní en Kesarí en wordt daarom ook Anjaníputra en Kesarínandan genoemd. Hij was een Rámbhakt (een trouwe dienaar van Rám) en heeft vele heldhaftige daden verricht, vanwege de acht siddhi’s (paranormale verworvenheden van de yoga), die hij bezat. Vandaar ook zijn naam Mahábír (grote held) en Bajrangabali (vajra is adamant, ang is lichaamsdeel, bal is kracht). Op schitterende wijze werden zijn daden in de Rámáyaṇa beschreven. Hij was verder een groot Sanskrit geleerde en Veda- kenner. Vaak wordt tijdens yajnya’s (religieuze diensten) gereciteerd uit de Hanumán Cálísá en de Sankat- Mocan Hanumánáshtak; beide werden, net als de Rámáyaṇa, in het Oud- Avadhí (Oud- Hindí) geschreven door de grote dichter Tulsídás. De Hanumán Cálísá is een gedicht, bestaande uit veertig (cálís is 40) tweeregelige strofen (caupái’s).

De Sankat- Mocan Hanumánáshtak bestaat uit acht (asht is 8) coupletten van vier strofen (chanda).

Wat kan de gelovige op deze dag doen?

Men moet op deze dag, evenals gedurende alle andere religieuze feesten, vasten of vegetarisch eten. Ter ere van Hanumán moet men een glas melk met een rode bloem (dhár) offeren en de Hanumán Cálísá reciteren.

Verder kan men voor dit feest een pújá doen en vruchten, laddú en rot offeren. De meeste hindu’s plaatsen ter ere van Hanumán een rode vlag aan een bamboestok (jhaṇdi) op hun erf.

Shrí Ram in de fysiologie van de mens


Deví’s en Devatá’s zijn stralende hemelwezens die de manifestatie zijn van de Allerhoogste. De kosmos is in iedereen aanwezig. De mens is een microkosmos in de macrokosmos. Dus alle Natuurwetten zijn aanwezig in iedere mens. Daarom zijn de Veda’s alsook de planeten en de sterren beschikbaar op elk niveau van ons lichaam inclusief onze cellen en DNA.
Rám is Vishṇu’s 7de incarnatie en vertegenwoordigt Vishṇu’s controle over de output van de hersenen. De lichamelijke structuren die Rám in de fysiologie vertegenwoordigen, inspireren en passen juist handelen aan in overeenstemming met de Natuurwetten.

Rám in de hersenen correspondeert met de lichamelijke-zintuiglijke en zintuiglijk-motorische hersenschors (zie foto). In de Rámáyaṇ is de oorlog tussen Rám en Rávaṇ, een strijd om de controle over het handelen. Het is een gevecht tussen 2 tegengestelde impulsen: de impuls van hartstocht of gebrek aan juist onderscheidingsvermogen (Rávaṇ) en de impuls van
Dharma of rechtvaardigheid met de juiste en intelligente evaluatie van het doel van handelen in overeenstemming met de Natuurwetten (Rám). Rám’s locatie in de hersenen is dus juist, want dit is de plek van waaruit juist handelen wordt uitgevoerd. Rám’s pijlen staan in de fysiologie voor de zenuwimpulsen die zich begeven via de hersenstam, het ruggenmerg en het perifere zenuwstelsel naar de organen van spraak en handelen. Elke keer als we handelen dan rapporteren onze zintuigen en motoriek terug naar de structuren in de hersenen die Rám vertegenwoordigen. Deze omschrijving van Rám in de fysiologie komt overeen met zijn rol in de Rámáyaṇ: tijdens de strijd is Rám de aanvoerder die zijn strijders inspireert, ondersteunt, voedt en begeleidt. Rám’s boog heeft de vorm van de wervelkolom die het centraal zenuwstelsel ondersteunt. Alle impulsen van handelen gaan door zenuwen die komen uit gaatjes in de wervelkolom. De impulsen in de zenuwen worden steeds aangevuld net zoals de pijlen in de koker van Rám nooit opraken.Het gebied waar Rám gelokaliseerd is in de hersenen wordt begrensd door het oppervlakkige middelste hersenbloedvat. Dit bloedvat verzamelt bloed uit het gebied dat gerecycled, gezuiverd of verwijderd moet worden. Dit bloedvat komt in vorm precies overeen met de vorm van de rivier Sarayu in India. De rivier Sarayu grenst aan Ayodhyá (de stad van Rám). Het is traditioneel geloof dat wat in de rivier Sarayu gaat, wordt gerecycled en gezuiverd of verwijderd.

Bron: Prof. Tony Nader, MD, PhD. ”Human Physiology – Expression of Veda and the Vedic
Literature”

17 april 2024: Ramnavmí

De geboorte van Shrí Rám wordt elk jaar op de 9de dag van de lichte helft van de maand cait (mrt/april) gevierd, dus in aansluiting op de Navrátri viering. Shrí Rám is de incarnatie van Vishṇu Bhagván, de onderhouder van het heelal. Telkens als er onrecht is en de dharma vervalt, incarneert de Almachtige en verschijnt hij als mens op aarde om verlossing te brengen. De dichter Tulsídás heeft het levensverhaal van Shrí Rám op sublieme wijze beschreven in de Rámáyaṇa, welk boek hij noemde: “Shrí Rám carit mánas” (bet: het heilige meer van de levensdaden van Shrí Rám). Rám kwam als zoon
van koning Dashrath op aarde en was een ideaal mens, symbool van al het goede: hij bezat dienstbaarheid en liefdestrouw, kwam zijn eenmaal gedane belofte na, kwam op tegen onrecht. Als koning was hij het toonbeeld van een rechtvaardige leider voor zijn volk. Zijn redenering was: “Het geluk van het volk is het geluk van de vorst.” Met Rámnavmí worden
wij er aan herinnerd om de hoge idealen van het leven weer eens op een rijtje te zetten en te proberen het voorbeeld van Shrí Rám te volgen.

9 t/m 17 april: Navrátri

Nav Rátan (lett.: “negen nachten”) is een periode van vasten en bezinning. Bekend zijn 2 perioden van Navrátan. De 1ste in de maand maart/april (voorjaar), de Caitri Navrátri, en de 2e in de periode van overgang van warm naar koud, de Shárdey of Ashviní Navrátri. De navrátri’s vallen allen op de eerste dag na nieuwe maan en in de lichte helft van de maan. De 9 nachten worden weer onderverdeeld in drie maal drie nachten.

Iedere nacht staat voor een krachtverschijning van de Godin Mahá Durgá. Durgá Mátá die ook wel gekend wordt als Párvatí Mátá, de metgezellin van Shiv Bhagván, is de krachtverschijning van de schepping en roeping der mens. Tijdens de Navrátri wordt er gezongen en gebeden voor Durgá Mátá. Deze 9 dagen hebben een symbolische betekenis. Het staat gelijk met de 9 maanden die een ongeboren kind in de buik van de moeder doorbrengt. Door steeds 9 dagen (lees nachten) wakker te blijven, staat men stil bij deze 9 maanden.

Tijdens deze 9 dagen staat de moeder centraal. De universele moeder, Durgá Mátá, kijkt uit naar al haar kinderen (wij) die haar aanroepen om zo kracht te krijgen om door het leven te kunnen gaan. Wij bidden dan ook tot Durgá Mátá voor haar 9 verschijningen/krachten, die gelijk staat voor iedere dag van de Navrátri.

Dagverdelingen van Navrátri

  1. Shailputrí Mátá (dochter van Koning Himácal)
  2. Brahmacáriṇí (de naleving van alle regels van de Sanátan Dharma)
  3. Candraghantá (door devotie en toewijding voor Shiv Bhagvan als Shivjí geworden)
  4. Kúshmándá (de moeder van vruchtbaarheid)
  5. Skandamátá (de moeder van alle krachten, mens en het Universum)
  6. Kátyáyaní Deví (de Godin die eenieder de juiste partner doet verkrijgen)
  7. Kálrátri Deví (de Godin die de demonen verdrijft)
  8. Mahágaurí (de eeuwige schoonheid)
  9. Siddhidátrí Deví (de Godin die alle wensen en krachten vervuld)

Naast deze invulling der dagen is er een andere verdeling, die van driemaal drie dagen. Deze dagverdeling heeft te maken met de drie oerkrachten van Párvatí Mátá, die Zij als de Universele Moeder aanneemt.

Dag 1, 2 en 3: Mahá Lakshmí (een voorbeeldige echtgenote)

Dag 4, 5 en 6: Mahá Kálí (Zij die alle onrust en kwaad verdrijft)

Dag 7, 8 en 9: Sarasvatí Mátá (Zij die kennis boven alles laat gelden om zo

zuiverheid van het Universum te behouden)

Bron: “Nav Ratan en alles erom heen”, pt. Varun Mahatabsingh

Navrátri, negen nachten ter ere van de Goddelijke Moeder: Shakti

Van 9 tot en met 17 april vieren vele hindu’s over de hele wereld Navrátri; dit feest is een 9 nachten durende devotionele dienst ter ere van Shakti (Durgá, Devi), de Goddelijke Moeder. Shakti is nl. het vrouwelijke aspect van de Goddelijke kracht. Er zijn eigenlijk 4 perioden van Navrátri in een jaar, waarvan de 1ste en 3de het meest gevierd wordt nl. aan het begin van de lente en de herfst. De data worden bepaald aan de hand van de maankalender. Er is een belangrijk samenkomen van allerlei invloeden van de natuur, die deze tijd uitermate geschikt maakt om de Goddelijke Moeder te vereren. God wordt in het Hindoeïsme voorgesteld als een combinatie van 2 aspecten: het transcendente aspect als het mannelijke principe en het dynamische aspect als het vrouwelijke principe. De transcendente kant van God is statisch, de dynamische kant is bewegelijk en bestaat uit energie. Shakti is de uitvoerende kracht. De kracht die de schepping in beweging zet. Het transcendente is het zuiver bewustzijn. Tijdens Navrátri wordt Moeder Durgá in haar 9 aspecten vereerd met een pújá. Zij wordt beschouwd als een oermoeder, die haar devoot liefheeft en beschermt tegen het kwade.

Durga Mata Royalty-Free Images, Stock Photos & Pictures ...

Ze wordt uitgebeeld als een vrouw die een leeuw berijdt (symbool voor macht) en meerdere armen heeft (symbool voor oppermacht). Ze staat boven de invloeden van de eigenschappen van de natuur, ook wel de guṇa’s genoemd (het temmen van tijger staat hier symbool voor) en kan zich in allerlei vormen manifesteren. 

De Durga pújá wordt bij voorkeur ’s nachts uitgevoerd. ’s Nachts, omdat donker staat voor negatieve eigenschappen in ons. We bidden tijdens deze pújá namelijk om al onze negatieve eigenschappen uit te bannen. De verering bestaat uit het zingen van bhajan’s, het offeren van prasád, het reciteren van mantra’s, mediteren en bidden voor persoonlijke wensen en voor het land en de gehele wereld. Dit alles moet de geest van de toegewijde zuiveren en hem daarmee klaarmaken voor spirituele groei.

5 organisaties luiden het Holífeest in

Op zondag 24 maart hebben de NSHI, CUS, OHM, Yuvádal en Shri Krishna Mandir met kinderen en seniorenburgers het Phagwáfeest ingeluid. Om 3 uur vond de opening van de infobeurs plaats door de directeur van Volksgezondheid, drs. Rakesh Gajadhar Sukul. Op deze beurs waren een 35-tal sociale, culturele, spirituele en gezondheidsinfostands, waarbij het publiek ook de bloeddruk en het suikergehalte kon laten meten.

Het welkomstgebed verrichtte Sanatan Dharm-voorzitter, eerwaarde pt. Nitin Jagbandhan, waarna de CUS-voorzitter, Aniel Manurat, namens de organisatoren eenieder welkom heette. De minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, prof. Henry Ori, sprak de hoop uit dat wij al het negatieve in ons meeverbranden, als Holiká, en het goede na streven.

V.l.n.r. Sanatan Dharm-voorzitter pt. Nitin Jagbandhan, CUS-voorzitter Aniel Manurat, en de minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur prof. Henry Ori.

Diverse cautál-, zang-, tázá- en dansgroepen hebben opgetreden, alsook HumTum, de populaire Hindí Coverband uit Nederland. Ook vond de uitreiking plaats van Hindí- diploma’s aan de geslaagden van de Shri Krishna Mandir Lalla Rookhweg. Goederen verkregen van de Vrienden Groep Himmat en Stichting Women Society uit Nederland werden overhandigd aan behoeftige instellingen. Alle oudere gasten en kleine kinderen hebben genoten van de warme maaltijden, suikerspin, treintje rijden, popcorn, springkussen en ook van de warme bará’s en veggy snacks, klaargemaakt door de CUS- en OHM-dames.

Onder de gasten bevonden zich diverse prominenten uit de samenleving, de tweede secretaris van de Indiase Ambassade, en ook een groep Indiërs uit Bengaluru (Bangalore).

De Holiká Dahan o.l.v. de Shri Krishna Mandir werd vooraf gegaan door gebeden. De avond werd afgesloten met een leerrijke nátak (toneelopvoering) voor jong en oud. De organisaties blikken tevreden terug op een geslaagde activiteit met een grote opkomst.

Sfeerbeelden Phagwá Milan 2024

De opening van de infobeurs, waarbij ook aanwezig was de directeur van VG, drs. Rakesh Gayadhar Sukul.

Optreden van diverse cautál, zang, tázá en dansgroepen.

Uitreiking Hindí- diploma’s aan de geslaagden van de Shri Krishna mandir Lallarookhweg
Overhandiging van hulpgoederen o.a. door de minister van Onderwijs, prof. H. Orie.
Optreden van Hindi Coverband Hum Tum
Onder de gasten waren ook Indiers uit Banglore, die hier zijn ivm een project.
De Holiká verbranding olv de Shri Krishna mandir

8 maart 2024: Maháshivrátri

Speciaal aan Shiva is gewijd de nacht van de 14de dag (caturdashi) van de donkere maandhelft (krishṇa-paksha) van elke maand. Maar van al deze Shivrátri’s is die van de maand Phálgun (febr./mrt) de belangrijkste; deze staat bekend als Maháshivrátri (de grote nacht van Shiva). Shiva bekend als de vernietiger van de kosmos om een nieuwe schepping mogelijk te maken, is symbolisch de heer van de nacht van de 14de dag van krishṇa paksh, waarin de maan op het punt staat “vernietigd” te worden! (nieuwe maan). Aangezien Phálgun de laatste maand van het Hindujaar is, dus de maand
waarin het jaar “vernietigd” wordt om het begin van een nieuw jaar aan te geven, is de Shrivrátri van deze maand de “Maháshivrátri”. Dit jaar valt het op 8 maart en zal door vele Hindus in vele mandír’s gevierd worden. Vele gelovigen vasten op deze dag en houden een jágran (nachtwake) in de tempel en doen een speciale offerande (dhár) aan Shiva.

Mantra ter ere van Shiva
Karpúragauram karunávatáram, Sansára sáram bhujagendraháram;
Sadá vasantam hridayáravinde, Bhavam Bhavání sahitam namámi.


Vertaling
Gelijk de lichte kamphor, de incarnatie van medelijden, aftreksel van de wereld, een málá van slangen dragend,
altijd verblijvend in het hart, gelijk een lotusbloem, samen met Bhavání (Párvatí) Groet ik eerbiedig Shiv-jí