Theatergroep Rahemalbuiten neemt Jit Narain Cultuurprijs in ontvangst

Perdiep Dodah, Shantidebie Matai en Jitender Ladi van Theatergroep Rahemalbuiten konden nauwelijks hun emoties onderdrukken toen ze de Jit Narain Cultuurprijs kregen. Die is donderdag in het Institute of Graduate Studies and Research uitgereikt door het Curatorium van de tweede Jit Narain Lezing. De eerste was in Den Haag, Nederland en toen werd de prijs ook voor het eerst uitgereikt. “Met deze culturele prijs willen wij vooral personen of instellingen waarderen voor hun bijdrage aan de emancipatie en ontwikkeling van de Hindustaanse cultuur”, zegt Rabin Baldewsingh, secretaris van het Curatorium van de Jit Narain Lezing. Deze is in het leven geroepen ter ere van Sarnámi-dichter Jit Narain, die met zijn literatuurwerken een podium heeft gecreëerd voor de Sarnámi taal en cultuur.

 

Geld en sculptuur
De Rahemal Theatergroep is niet alleen gekozen, omdat zij een entertainment meerwaarde heeft, maar ook omdat zij het Hindustaanse toneel een herkenbare plek heeft gegeven in de samenleving. De drie onderscheiden personen hebben hun wortels in de Jongerenvereniging Rahemalbuiten, hebben elk hun eigen theatergroep en werken vaker samen. “Theater is een van de vele onderdelen die deel uitmaken van onze cultuur. Met hun uitverkochte zalen zowel in Suriname als in Nederland, belichten de theatermakers verschillende onderwerpen op een komische wijze”, zegt Baldewsingh. Naast een certificaat van waardering kregen zij van het curatorium samen SRD 20.000 en een in brons gegoten sculptuur die een duidelijke symbolische weergave is van de Hindustaanse gemeenschap.

Leerplicht
De lezing werd verzorgd door dr. Lila Gobardhan-Rambocus, een autoriteit op het gebied van onderwijsontwikkeling in Suriname en ging over ‘De rol van het onderwijs voor de emancipatie en de maatschappelijke ontwaking van de Hindostanen tot 1954’. Daarin geeft zij een uiteenzetting over de rol en invloed die onderwijs heeft gehad op Indiërs en hun kijk op onderwijs tijdens hun periode als contractarbeiders tot aan de Tweede Wereldoorlog. “Onderwijs is het vehikel geweest voor de nakomelingen van de Hindostaanse contractarbeiders. Zij beseften heel snel dat zij door middel van onderwijs vooruit kunnen komen om zo een goede maatschappelijke positie te verwerven in hun nieuwe vaderland”, zei de inleider. De leerplicht werd voor de Hindostaanse gemeenschap in 1890 vastgesteld. In een verslag van agent-generaal Barnet Lyon en lid van de Koloniale Staten – de voorloper van De Nationale Assemblee – staat dat door de last die men ondervond van kattenkwaad, uitgehaald door kinderen van immigranten van zeven tot twaalf jaar de leerplicht voor immigrantenonder wie de Hindostanen tot stand kwam. (De leerplicht van 1876 had ongeveer eenzelfde reden: de elite wilde geen loslopende kinderen op straat). 

Onderwijs
De inleider stond ook stil bij het feit dat de Hindostaanse gemeenschap, waaronder vooral de Arya Samaj ervoor hebben gezorgd dat Openbaar Onderwijs op de agenda van de kolonisator werd geplaatst. “Vele van de koelie gemeenschappen zagen er tegen op dat hun kinderen deel moesten nemen aan het onderwijs dat vooral op christelijke leest was gestoeld. Zij vochten voor de vrije keuze in geloof en behoud van cultuur.” Dit is volgens Baldewsingh zeker iets waarop de Hindustaanse gemeenschap trots mag zijn. Hij zegt verder dat onderwijs nog steeds even belangrijk moet zijn en is voor de Hindustaanse gemeenschap “Onderwijs heeft er voor gezorgd dat de Hindustaan – van contractarbeider tot landbouwer – letterlijk en figuurlijk uit de klei is gehaald. Dat wij een prominente bijdrage hebben kunnen leveren is zeker iets waarop wij trots zijn.”

Bron: DWT 10 aug 2019

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *